49 – Een tijd, tijden en een halve tijd
— J. Chr. de Vries
Hij las over de tijd en tijden en het beest.
Het getal van het beest is een getal van een mens. In alle omschrijvingen van Johannes in zijn Openbaring zijn de getallen kristalhelder. Meestal gaat het over de getallen vier, zes, zeven, tien, twaalf, vierentwintig of een ander veelvoud van twaalf, en duizendtallen. De getallen zeven en twaalf zijn het meest populair.
Laten we de getallen uit de Openbaring op een rij zetten, daarbij de tekst op de voet volgend. Een getal dat later in de tekst in dezelfde context terugkomt wordt niet nogmaals aangeduid, het gaat alleen om de eerste vermelding. Deze begrippen komen meerdere malen terug in de tekst. Dit geldt met name voor het getal zeven, die zijn vaak op elkaar betrokken. De duizendtallen die voortkomen uit het getal twaalf staan aldaar vermeld.
Sommige begrippen, zoals bijvoorbeeld “de tweede dood”, krijgen de volledige tekst omdat die intrigerend zijn, de meer voor zichzelf sprekende getalsaanduidingen krijgen de meest compacte omschrijving (bijvoorbeeld “twee olijfbomen”).
Twee
1.
2.
3.
4.
11:3
11:4
11:10
20:6
En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven
twee olijfbomen, twee kandelaren
twee profeten
Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.
Drie
1.
2.
3.
4.
5.
6.
6:6
8:13
9:18
16:13
16:19
21:13
drie maatjes gerst
drie engelen (bazuinen)
door deze drie werd het derde deel der mensen gedood, namelijk door het vuur, en door den rook, en door het sulfer
drie onreine geesten
de grote stad is in drie delen gescheurd
drie poorten
Vier
1.
2.
3.
4:6
7:1
9:13
vier dieren: leeuw, kalf, mens, (vliegende) arend
vier engelen staan op de vier hoeken
vier hoornen des gouden altaars
Vijf
1.
2.
9:5
17:10
vijf maanden
de vijf zijn gevallen (vijf van de zeven koningen)
Zes
1.
2.
4:8
13:18
zes vleugelen (de vier dieren)
zijn getal is zeshonderd zes en zestig
Zeven
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
1:4
1:9-20
4:5
5:1
5:6
8:2
10:3
11:13
12:3
15:1
de zeven gemeenten in Asia en de zeven geesten.
zeven goeden kandelaren en sterren die engelen zijn.
zeven vurige lampen
zeven zegelen
een Lam, […] hebbende zeven hoornen, en zeven ogen
zeven bazuinen (van de zeven engelen)
zeven donderslagen
zevenduizend namen van mensen
een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden
de zeven laatste plagen
Tien
1.
2.
3.
11:13
12:3
14:20
zevenduizend namen van mensen
een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden
duizend zeshonderd stadiën
Twaalf [of veelvoud]
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
4:4
7:4
7:5-8
11:3
12:1
12:6
14:1
21:12
21:14
21:16
21:17
21:21
22:3
vierentwintig tronen en ouderlingen
het getal dergenen, die verzegeld waren: honderdvierenveertig duizend
twaalfduizend verzegeld
En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.
[1260 = 3,5 x 360 = een tijd, tijden en een halve tijd]
op haar hoofd een kroon van twaalf sterren
En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.
het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderdvierenveertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.
twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de namen der twaalf geslachten der kinderen Israëls
de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams
twaalf duizend stadiën
honderdvierenveertig ellen
twaalf poorten waren twaalf paarlen
twaalf vruchten
Duizend [of veelvoud]
1.
2.
3.
4.
5.
6.
5:11
6:15
9:16
11:13
19:18
20:2 ev.
tienduizend maal tienduizenden, en duizend maal duizenden
de oversten over duizend
En het getal van de heirlegers der ruiterij was tweemaal tienduizenden der tienduizenden; en ik hoorde hun getal.
er zijn in de aardbeving gedood zevenduizend namen van mensen
Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.
En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;
Bij al die precisie, hoe is de volgende zinsnede te verklaren, waar de tekst spreekt over het openen van het zevende zegel [8:1]: En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur. Dat woord omtrent, daar kon hij uren naar staren.
— Uit: Bikou Bikou – ‘49‘, Den Haag, 31 december 2018
Zie ook:
