Bloed – III & II [1998]
De complete versie van Bloed bestaat uit drie delen: deel I, III en II.
Bloed bestaat als concept uit twee delen, maar voor een complete versie die ik in het Holland Festival van 2002 gebruikte, uit drie. Het thema is het gevolg van oorlog van de vaders voor de kinderen. Aanleiding was de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië, maar ook de kennelijk niet op te lossen wederzijdse haat in het Midden-Oosten. Kleine kinderen die met stenen gooien, uiteraard gestimuleerd door hun vaders. In de oorspronkelijke opzet beoogde ik een eerste deel over de vaders, en een tweede over de kinderen. Hier is een anekdotisch aspect aan verbonden, mijn vader heeft een Nazi-concentratiekamp overleefd. Dat had traumatische gevolgen voor mijn jeugd, mijn opvoeding, iedere maaltijd, stond in het teken van dat kamp. Als mijn moeder lekker had gekookt, dan nam mijn vader een droge boterham en zei: “Hier kan ik twee weken op leven!” Eet smakelijk. Dit had gevolgen voor mijn perceptie van Duitsland, ik vond het moeilijk daar te zijn, alles leek ‘schuldig’, zelfs de viaducten op de Autobahn. Toen ik zelf kinderen kreeg werd ik mij bewust van het gevaar dat ik mijn trauma aan hen zou doorgeven. “… want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten.” — Exodus 20:5-6. Ik gebruikte ook het slot van Herakles van Euripides, waar Herakles zich de vraag stelt wat hij met zijn wapens moet doen, houden — vanwege zijn heldendaden voor Griekenland — of vernietigen, omdat hij zijn gezin ermee had vermoord. Hij besloot ze te houden. Dat is verantwoording nemen voor je daden.
Ik schreef het tweede deel eerst, het schrijven van het deel over de vader leek mij het lastigst, want het meest confronterend. Ja, het anekdotische speelt altijd een rol. Ik werd om een stuk gevraagd door het Nederlands Blazers Ensemble, als onderdeel van een programma waarvoor ik dan ook een arrangement van een bestaand stuk voor zou maken. Ik besloot dit concept rigoreus aan te pakken door van het hele programma één totale compositie te maken, over het thema Oorlog en Liefde, met de rol van het kind in mijn achterhoofd. Ik gebruikte uiteindelijk een aantal madrigalen van rond de zestiende eeuw, die ik met elkaar verbond met een sample-laag die met een keyboard gespeeld kon worden. Het slotdeel werd mijn Bloed II. Hoe dichter we bij het slotdeel kwamen, hoe meer ik ingreep in de gearrangeerde madrigalen. Voor de zangpartijen werd het fameuze Hilliard Ensemble gevraagd. Het hele ensemble werd elektrisch versterkt vanwege de gebruikte samples, alleen voor de kleur zodat ensemble en samples goed mengden.
Ik noemde de gearrangeerde madrigalen uiteindelijk Bloed III, omdat ze een essentieel onderdeel bleken van het werk. Alles bleek één geheel. Bloed I schreef ik voor symfonieorkest, groot koor, jongenskoor en samples. Het werd uitgevoerd door een orkest, het koor van de Nationale Omroep en het Haagse Matrozenkoor, waar mijn oudste zoon in zong. Niet lang na de uitvoering werd ik gevraagd door het NBE en het HF om de hele cyclus uit te laten voeren. Dit vond plaats in 2002. Het NBE vroeg mij om Bloed I voor hen te arrangeren, zodat zij alle delen konden uitvoeren. En dus zijn er twee versies van.
In de samples heb ik ook gebruik gemaakt van de stemmen van mijn kinderen, die zingen een liedje dat ik schreef op een tekst uit de Bucolica van Vergilius, over het jongetje dat moet lachen naar zijn ouders, omdat anders geen God hem uitnodigt aan zijn banket, en geen Godin in haar bruidsbed. Bloed I begint met de complete versie van dit lied. Mijn oudste zoon zong mee met het Haags Matrozenkoor; hij had ook een solorol, in een kwartet jongens. Dit is allemaal anekdote. Omdat het onderwerp zo dicht op mijn huid zat, kon het niet anders dan dat het een zekere therapeutische waarde zou krijgen. Daar was ik mij goed van bewust. Toch hoop ik dat de artistieke waarde van de cyclus hier ver boven uitstijgt, de anekdote kan mijns inziens nooit een rol spelen in de artistiek kwaliteit. Anekdotes zijn voor familiebijeenkomsten, begrafenissen en de kroeg.
Een anekdote kan aanleiding zijn om een stuk te maken, maar nooit een element zijn van het zuiver artistieke oordeel. Alleen sublimatie van het anekdotische kan een element zijn van een dergelijk oordeel, omdat het verhaal ervan dan een onderdeel van onze menselijke mythologie kan gaan uitmaken. Deze uitspraak lijkt te leiden tot een tegenspraak: enerzijds het afwijzen van de anekdote, dus het private, in het kwaliteitsoordeel, en anderzijds tot de conclusie komen dat zuivere kunst uitsluitend kan ontstaan in die private ruimte. Deze tegenstelling is schijn, de aard van het concept staat los van de ruimte van het scheppen, en dus van het oordeel.
Bloed – III & II:
- William Shakespeare, King Lear (fragment)
- Cornelis de Bondt, frame compositon
Cipriano da Rore, Ne laria in questi di - Cornelis de Bondt, frame compositon
Philippus de Monte, Fa chio riveggia - Cornelis de Bondt, frame compositon
- Luca Francesconi, Respondit du madrigali di Carlo Gesualdo
- Cornelis de Bondt, frame compositon
Claudio Monteveri / Cornelis de Bondt, from Madrigali Guerrieri et Amoroso - Cornelis de Bondt, frame compositon
Thomas Weelkes, Cease sorrows now - Cornelis de Bondt, frame compositon
Gabriel Coste, Celle fillette - Cornelis de Bondt, frame compositon
Giles Farnaby / Cornelis de Bondt, Consture my meaning - Cornelis de Bondt, frame compositon
Josquin des Prez, La déploration sur la mort de Johannes Ockeghem - Cornelis de Bondt, Bloed II
Teksten Bloed II:
– Thora, Exodus (20-5)
– Euripides, Herakles (888 – )
– Euripides, Herakles (1367 – 1385)
– Vergilius, Bucolica (4de ecloga, 60)
Nederlands Blazers Ensemble en The Hilliard Ensemble
Dirigent Bloed II: Rutger van Leyden
Geluidstechniek: Paul Jeukendrup
Samples: Ton van der Meer en Cornelis de Bondt