De Deuren Gesloten [1984]

Het Gebroken Oor, part II

Het tweede deel van de cyclus ‘Het Gebroken Oor’, De Deuren Gesloten, schreef ik ter nagedachtenis van mijn eerste grote liefde Marlies, die in 1984 plotseling was overleden.

Ik schreef het werk in het kader van het project ‘Kaalslag’, een samenwerking tussen het ensemble Hoketus en Orkest de Volharding. In de jaren ’90 heeft het Nederlands Blazers Ensemble het werk op zijn repertoire genomen. De laatste uitvoering was in Londen, de Proms van 2009.

Ik wilde in dit werk een ouder idee toepassen: het geleidelijk aan versnellen van een mars, waardoor het geheel langzamerhand verandert in een wals. Die wals zou dus in extreem lange notenwaarden bovenop die mars geprojecteerd moeten worden, en door de geleidelijke versnelling zou die wals op een gegeven moment tevoorschijn komen. Uiteindelijk zou de mars zich ontwikkelen tot de snelle begeleidingsfiguren van die wals. Ik wist meteen op welke wals het stuk gebaseerd zou moeten zijn: op La Valse van Ravel, de ‘laatste wals’, de ‘wals der walsen’. De ‘mars der marsen’ kon ik niet vinden, en toen heb ik er eentje van Beethoven uitgekozen, de Marcia funebre uit de derde symfonie. Ik toog met het materiaal aan de slag, wederom met de programmatuur die ik had ontwikkeld, en inmiddels ook verder uitgebouwd. Bij ieder nieuw stuk bouwde ik eerst aan mijn programma’s. Dat was een kwestie van balanceren. Enerzijds leidden de nieuwe onderdelen van het programma tot nieuwe ideeën voor de programmatuur, maar anderzijds waren er deadlines waaraan voldoen moest worden. Na enige tijd bleek dat ik een fout had gemaakt, de wals van Ravel was al meta-muziek, een wals met de wals als onderwerp; een ‘meta-meta-wals’ bleek onzinnig. In deze (begin-)fase van het schrijven overleed mijn vriendin. Toen hakte ik de knoop door en besloot de aria When I am laid… uit de opera Dido en Aeneas van Purcell te gebruiken. Die stond ook in een driedelige maatsoort.

Cornelis de Bondt, Den Haag, 11 november 2022.