De Wisselwachter

parabels

De Wisselwachter

J. Chr. de Vries

Eind 1899 werd Gille Augruil aangesteld als wisselwachter op wat later bekend zou worden als de ‘Spooklijn van de Tarn’. De spoorlijn liep van de kolenmijnen bij Carmeaux richting Albi en Saint-Juéry, in het Massif Central. Augruil was toen 33 jaar oud. Hij was een stille, teruggetrokken man, en hij werd daarom als uitermate geschikt bevonden voor deze eenzame baan. Hij had een flinke serie boeken verzameld over alles wat met spoorlijnen te maken had, over locomotieven, stations, rails, wisselsoorten, seinpalen, spoorwegaanduidingen en spoorwegcodes. Hij maakte ook ingenieuze stationnetjes en seinhuisjes van luciferhoutjes, hij kon urenlang werken aan zijn gedetailleerde constructies. Hij was tevreden.

Het wisselwachtershuisje stond vlak naast de spoorlijn, hij moest daar twee keer per dag het enige wissel dat zich daar bevond bedienen. In de ochtend, rond kwart over acht, moest de wissel naar rechts gezet worden, zodat de trein uit Saint-Juéry het rechterspoor zou nemen, en ’s avonds om tien voor zes moest de wissel naar links gezet worden, als de trein terugkwam uit Carmeaux. De trein was een goederentrein, maar had soms ook een extra wagon voor passagiers aan de ‘staart’. De trein reed in een grote kilometerslange lus, waardoor de locomotief niet afgekoppeld hoefde te worden. De wissel moest worden omgezet bij de terugkomst via het andere spoor, omdat de trein anders zou ontsporen. Zijn taak was niet omvangrijk, maar des te belangrijker.


Een keer in de week vertraagde de trein zijn snelheid, dan werd een van de deuren van de goederenwagons opengeschoven en een pak met voorraden vlak naast zijn wisselwachtershuisje naar buiten gekieperd. Hij ontving bijna geen post, en verstuurde zelf nooit iets.


Dag in dag uit, jaar in jaar uit, had Augruil zich met grote toewijding van zijn taak gekweten. Hij had niet een keer verzaakt. Dat kwam ook vanwege zijn slimme aanpak, als de trein voorbij was zette hij de wissel vast om. Wanneer hij dan onverhoopt te laat zou zijn voor als de trein weer langskwam, dan was er niets aan de hand, omdat de wissel al in de goede stand stond. Maar in al die jaren was dit slechts één keer gebeurd, hij zat met ernstige darmklachten in het ‘kleinste huisje’ naast zijn woning, en kon daardoor de trein alleen maar voorbij horen komen.


Hij was nu 66 jaar oud, dus had hij 33 jaar lang zijn eenzame diensten gedraaid, de helft van zijn leven. Er was iets veranderd in hem, zonder dat hij daar precies de vinger op kon leggen. Hij had al een tijdje zijn luciferhoutjes niet meer aangeraakt, ook de boeken bleven in de kast liggen, en hij merkte ook dat hij met veel minder plezier at of dronk. Bovendien sliep hij slecht, hij werd vaak midden in de nacht wakker, en dan kostte het hem soms uren om de slaap weer te vatten. Zijn tactiek van het voortijdig omzetten van de wissel maakte dat hij zich gelukkig geen zorgen hoefde te maken dat hij te laat bij de wissel zou zijn. De trein liep geen gevaar.


Op een dag, vroeg in de ochtend, werd hij met een schok wakker, uit een merkwaardige droom. De droom verontrustte hem, het duurde even voordat hij zich de droom weer voor de geest kon halen. Hij was geen wisselwachter meer, maar machinist. 


Hij zat in de cabine van de locomotief, en merkte tot zijn schrik dat de trein op hol was geslagen. De trein was niet te stoppen, wat hij ook probeerde. Hij trok aan de rem, probeerde het vuur van de machinekamer te doven, maar in plaats van dat de trein vaart minderde ging hij juist steeds sneller rijden. Net toen hij dacht dat hij met de trein uit de bocht zou vliegen, werd hij wakker. Hij voelde zijn hart bonken, en zijn handen trillen.


Hij stond op, kon geen hap door zijn keel krijgen, en liep nog half versuft naar buiten, om te wachten op de trein. Precies op tijd kwam de trein voorbij, het was de eerste dag van de week, en dus zouden de nieuwe voorraden weer uit de trein geworpen worden. De trein minderde vaart, hij zag de machinist naar hem zwaaien, een korte groet, en ook de man die het pakket naar buiten wierp knikte even naar hem. Daarna maakte de trein weer snelheid.


Hij liep naar de wissel om hem terug te zetten, maar hij aarzelde. Hij dacht aan de vele jaren die hij hier had doorgebracht, en vroeg zich af wat het allemaal betekende. Wat was zijn rol geweest in dit hele gebeuren? Een gevoel van moedeloosheid en leegheid overviel hem. Hij kon de kracht niet vinden om de wissel om te zetten, niet dat dit fysiek een zware klus was, nee, zijn geest lag dwars. Hij pakte de handel van de wissel, maar liet hem meteen weer los. Hij kon het niet opbrengen. Hij zakte naast de wissel op de grond, en staarde naar de spoorlijn.


Opeens nam hij een besluit, waar het vandaan kwam begreep hij niet, maar hij wist wat hem te doen stond, of beter gezegd wat niet te doen: hij zou de wissel niet omzetten. Eindelijk zou hij zijn leven echte betekenis geven, één keer iets doen wat er echt toe deed, wat gevolgen had, wat de wereld zou veranderen, hoe gering ook op de mondiale schaal van de geschiedenis, het was oneindig veel meer dan alle ruim 24.000 keren dat hij de wissel had omgezet.


De hele dag wachtte hij op de terugkomst van de trein. Hij werd geregeld bevangen door twijfel, was dit een juiste beslissing? Hij liep meerdere keren naar de wissel om deze alsnog om te zetten, maar iedere keer zag hij ervan af.


Om kwart voor zes hoorde hij de trein terugkomen uit Carmeaux, hij was nog vijf minuten verwijderd van de wissel. Het hart van Augruil bonkte als een bezetene, zijn handen trilden, zijn benen ook, hij kon zich ternauwernood staande houden. Weer liep hij naar de wissel, hij had nog voldoende tijd om hem in de goede stand te zetten, maar het lukte hem niet, of hij wilde het niet. Zelfs daar was hij niet zeker van. Je moet moedig zijn, hield hij zichzelf voor, het is nu of nooit. De trein was nu nog een honderdtal meters verwijderd van de wissel, de machinist liet de stoomfluit schallen, Augruil greep de handel vast, maar bleef bewegingsloos staan. Hij trok zijn handen weer van de handel af, en deed een stap achterwaards, de trein denderde in volle vaart op de wissel af. Hij zag de machinist naar hem zwaaien.


Augruil wachtte op de enorme klap die nu moest volgen, de ravage van een kantelende locomotief, het vuur uit de stookplaats dat zich overal verspreidde, het kokende water dat uit de ketel spoot, de wagons die zich als een kaartenhuis over elkaar heen zouden buitelen, het gegier en gekraak van metaal en hout, het gegil van de bemanning — de trein daverde over de wissel heen, hij durfde niet te kijken. Langzaam drong de werkelijkheid tot hem door, de trein was zonder problemen doorgereden, hij was niet ontspoord, er was niets gebeurd, hij had alleen het nakijken. Hij zakte opeens in elkaar, vlak naast zijn wissel.


Toen kwam het besef. De stand van de wissel was voor de terugreis niet van belang, de wisseltong veerde gewoon mee met de wielen. Zijn hele halve leven had hij voor niets de wissel omgezet, hij had gewoon in één stand kunnen staan, naar rechts, zodat de trein op de heenreis het goede spoor nam. Hij sjokte moedeloos en afgemat zijn woning binnen.


Precies een week later werd er een brief bezorgd, afkomstig van de directeur van het spoorbedrijf. De lijn zou worden afgesloten, hij bleek niet meer rendabel te zijn. Augruil werd bedankt voor zijn jarenlange trouwe diensten, maar wel op staande voet ontslagen.


Een maand later kwam de trein nog een keer langs, hij stopte bij het wisselwachtershuisje, mannen stapten uit en liepen de woning van Augruil in, om hem te helpen zijn spullen in de trein te laden, maar de woning was leeg en verlaten. De mannen keken met verwondering naar de enorme hoeveelheid gebouwtjes die gemaakt bleken van lucifers. Maar Augruil bleek spoorloos verdwenen.



— J. Chr. de Vries, Bonnemort, 26 februari 2023