De Ziener

parabels

De Ziener

J. Chr. de Vries

Het was rond midi, ik had mijn Peugeootje bij de supermarkt in Le Bugue geparkeerd en duwde een boodschappenkarretje voor mij uit naar de ingang. Toen de automatische deuren zich voor mij openden schoot mij opeens de droom te binnen waarmee ik ’s ochtends wakker was geworden. In die droom liep ik door een draaideur van een ziekenhuis, en eenmaal binnen stond ik oog in oog met een oude vlam van mij: Hedy Pogélosç, een psychologe afkomstig uit Servië. Wij hebben een korstondige, tamelijk heftige relatie gehad. Zij had inderdaad ooit in een ziekenhuis gewerkt, dus dat deel van de droom was op zichzelf niet vreemd, hoewel ik haar nooit in dat ziekenhuis heb ontmoet, en evenmin een rendez-vous had in de buurt van een draaideur.

Dit is het moment waarop ik moet uitleggen waarom dit een slecht begin is van een verhaal. Toeval werkt niet in een verhaal. Maar ik vrees dat het in dit geval onvermijdelijk is. Toen ik door de deuren van de supermarkt naarbinnen liep stond ik oog in oog met Hedy. Ik had haar in geen jaren meer gezien. Niet dat we met ruzie uit elkaar waren gegaan, maar er was simpelweg geen gezamelijk pad voor ons weggelegd. Ik had geen idee wat zij hier in Le Bugue te zoeken had, ik wist niet beter dan dat zij nog in Leiden werkte, in het Academisch Ziekenhuis.


We keken elkaar enkele tellen verbijsterd aan, en schoten daarna in een ongebreidelde lach, die minstens een minuut aanhield. Nadat we tot bedaren waren gekomen besloten we dat, als we klaar waren met de boodschappen, samen ergens een drankje zouden gaan doen.

We zaten een half uurtje later op het terras van een café-restaurant met uitzicht op de Vézère, voorzien van een karaf witte wijn en wat versnaperingen. Het was mooi weer, niet te warm, maar warm genoeg om zonder jas buiten te zitten.

Hedy bleek een half jaar terug een tweede huis gekocht te hebben, in Paunat, een klein dorpje op ruim tien minuten rijden van Le Bugue. Ze werkte inderdaad nog in het ziekenhuis in Leiden, als psychotherapeut. Nadat we elkaar eerst hadden bijgepraat over de rest van ons leven na onze kortstondige relatie, vertelde ik haar over mijn merkwaardige droom, en onze onwaarschijnlijke ontmoeting.


“Het lijkt wel Kuifje,” proestte ze, en ze nam een slok van haar wijn, maar iets te snel, ze verslikt zich.


“En dit lijkt wel Freud,” zei ik.


“Lach maar,” kon ze nog net, met tranende ogen, uitbrengen na een stevige hoestbui.


Ik klopte zacht op haar rug, ze keek mij hoofdschuddend aan. De verwijzing naar Kuifje begreep ik onmiddellijk, ze was een groot fan van Hergé’s stripfiguur. In het album ‘Cokes in voorraad’ komen Kuifje en zijn vriend Kapitein Haddock in het begin van het verhaal uit een bioscoop, ze bespreken de film die zij net hebben gezien. Haddock vond het einde maar niets, omdat de plot gebaseerd was op een ongeloofwaardige, toevallige ontmoeting. ‘Net zo ongeloofwaardig als we nu bijvoorbeeld generaal Alcazar tegen het lijf zouden lopen.’ En dan botsen ze in het volgende plaatje uiteraard op tegen de generaal, die onverwachts de hoek om kwam lopen. Het was vooral een detail uit dit album dat Hedy was opgevallen, waarom ik dit verhaal nooit zou vergeten.


Hedy had een scherp oog voor details. Ze toonde mij een keer het eerder genoemde album, en liet mij enkele fragmenten zien onmiddellijk volgden op die ontmoeting met Alcazar. De generaal had gezegd dat hij haast had, maar dat zij hem later op de dag konden treffen in hotel Bristol. En toen was hij snel weggelopen. Kuifje zag dat hij iets had laten vallen, het bleek diens portemonnee te zijn. Kuifje en Haddock lopen naar hotel Bristol om de portemonnee aan de generaal terug te geven. Ze gaan in het restaurant zitten, de ober komt, en Haddock wil natuurlijk whiskey bestellen, maar Kuifje was hem voor en bestelt twee ‘spuitwater’. Haddock blijft met een teleurgesteld gezicht achter. Kuifje gaat intussen aan de balie vragen naar generaal Alcazar, maar dan blijkt dat er helemaal geen generaal Alcazar in het hotel staat ingeschreven. Kuifje loopt terug het restaurant in, en ziet een glunderende Haddock. Er wordt niets in de tekst aangeduid op wat het plaatje laat zien, je moet alleen maar scherp op de details letten: Haddock heeft een flinke bel whiskey naast zich op tafel, en kijkt Kuifje triomfantelijk aan.


Toen Hedy eindelijk weer bij stem was, vroeg ze of ik mij Dr. Zeele nog kon herinneren. Ze had kort bij hem stage gelopen, maar had het niet lang bij hem uitgehouden. ‘Wat een vreselijke man,’ zei ze. Ik knikte vol begrip.


“Jouw verhaal over je droom en onze onverwachte ontmoeting doet mij nu aan hem denken. Het is een lang verhaal, heb je even?” Ik knikte bevestigend, en ze wenkte de ober om nog een karaf wijn en wat nieuwe versnaperingen te bestellen.

Nadat de bestellingen bediend waren stak Hedy van wal. “In de tijd dat ik dus die stage bij hem deed, in het midden van de jaren negentig, werkte hij aan een merkwaardige casus over een sekte rond de Franse ziener Inez Serède. De vrouw had een aanvankelijk kleine sekte om zich heen verzameld, maar na enkele, kennelijk opzienbarende, voorspellingen groeide de sekte aanzienlijk. Zeele raakte erbij betrokken nadat er vanuit de hoek van de Franse justitie interesse in de sekte was ontstaan, hij werd als deskundige om advies gevraagd. Vermoedelijk mede vanwege zijn vroegere werkzaamheden in Parijs. Hij stond indertijd internationaal zeer hoog aangeschreven als psychiater, en bovendien spreekt en schrijft hij vloeiend Frans. Ik heb mij vanwege die stage met deze zaak bezig kunnen houden.”


Wat Hedy over die kwestie vertelde was inderdaad uiterst merkwaardig, en ook schokkend. De ziener had, zoals Hedy al had gezegd, enkele opzienbarende voorspellingen gedaan. Ze had een klein groepje van zeven volgers om zich heen, vertrouwelingen, die ze ’Le cercle intérieur’ noemde. In het verslag van Zeele worden deze zeven volgers aangegeven met een enkele letter, die geen verband houdt met hun werkelijke namen. Hedy heeft naderhand in haar eigen verslag over haar stage de letters veranderd in werkelijke — maar uiteraard fictieve — namen, om het lezen te vergemakkelijken. De voorspellingen betroffen altijd een van de zeven volgers. Meestal was de voorspelling afkomstig uit een droom van Serède, althans naar haar eigen zeggen. Een van de leden van de cercle intérieur was later achterdochtig geworden, zij had gesprekken gevoerd met de onderzoekers van justitie, en later ook met Zeele. Het betrof E., door Hedy later Ester genoemd. 


De eerste voorspelling, zo had deze Ester aan Zeele verteld, betrof een droom van Serède over een gevaar van een ongeluk in huis. De ziener gaf ook aan dat O. (of Olga) in die droom verschenen was. Twee dagen later gleed Olga uit boven aan een trap, ze viel de trap af, en brak een been en een pols. De voorspelling was uitgekomen. 


Een maand later had de ziener een droom waarin S. was verschenen. Er was sprake van een auto-ongeluk. Dit ongeluk vond plaats op een snelweg. Sendra durfde aanvankelijk niet meer auto te rijden, maar na een week durfde ze het weer aan, maar alleen in de stad. Twee weken later moest ze vanwege een noodgeval dat haar moeder betrof toch de snelweg op. En zoals de droom voorspelde, verloor ze de macht over haar stuur en belandde in de vangrails. Ze was gelukkig niet ernstig gewond. Nu raakten de volgers uit de ‘binnencirkel’ helemaal in de ban van de ziener. Ze kwamen frequenter bij elkaar, en gaven zich meer en meer over aan bepaalde door Serède ontworpen rituelen, om de voorspellingen in gunstige zin te beïnvloeden.


De volgende voorspelling, ongeveer twee maanden later, betrof G. (Gerda, in Hedy’s verslag, een Nederlandse vrouw). Zij had een buitenhuisje waar ze de weekends doorbracht. In de droom van Serède werd Gerda onwel in een badkamer. Uit Serèdes beschrijving bleek dat het alleen maar de badkamer van haar buitenhuisje kon betreffen. Serède was daar nooit geweest. De eerste weekenden vermeed Gerda het huisje.


Intussen had Serède een nieuwe voorspelling, over L. (ofwel Lea). Het bijzondere ervan was dat er een specifieke datum werd genoemd.


De ziener had haar voorspellende droom in de vroege ochtend van 18 juli 1995. Haar dromen vonden meestal vlak voor het ontwaken plaats. Lea reisde vijf dagen in de week met de metro in Parijs, naar haar werk en weer terug naar huis, ze moest daarvoor uitstappen bij het station Saint-Michel – Notre Dame. De droom voorspelde een hevige explosie in een station, op dinsdag 25 juli, exact een week later. De ‘binnencirkel’ besloot zich over te geven aan een extra uitgebreid ritueel. Voorts besloot Lea die dag vrij te nemen van haar werk. Alle zusters uit de cirkel steunden haar hier volmondig in, Serède incluis.


Intussen was Gerda’s echtgenoot toch weer naar het buitenhuisje gegaan, haar man geloofde niet in die voorspellingen. Toen hij zondag niet thuis kwam werd ze ongerust. Ze reed naar het buitenhuis, en trof haar man dood aan op de vloer van de badkamer. De politie stelde vast dat het een ongeval was, veroorzaakt door koolmonoxide-vergiftiging. Hij had vergeten de ventilatie aan te zetten.


Op 25 juli werd er een bomaanslag gepleegd door een islamitische terreurgroep, er vielen acht doden en een hondervijftigtal gewonden. Lea was thuis gebleven, maar de sekteleden waren in shock. De eerste week durfde de groep niet bij elkaar te komen. Pas begin augustus was er weer een bijkomst. De ziener had weer een voorspellende droom gehad, ditmaal betrof het V., oftewel Vera. Serède had gezien dat ze onwel was geworden, en naar een ziekenhuis gebracht. Twee dagen later nam Vera per ongeluk een verkeerd medicijn, ze had twee op elkaar lijkende flesjes met een vloeibaar medicijn verwisseld, de flesjes zaten in de verkeerde doosjes.


Vera die met een taxi naar het ziekenhuis was gebracht bleek niet in levensgevaar. Anders was het met R. (Renka). Zij had, zoals de droom van de ziener had voorspeld, een hevige brand veroorzaakt in het buitenhuis van haar broer. Ze had zowel de ovenpit als de gasfles open laten staan en toen ze de oven aanstak volgde er een enorme ontploffing. Ze overleed in de ambulance, op weg naar het ziekenhuis. De sekte viel hierdoor uit elkaar, er volgden geen nieuwe bijeenkomsten meer. Justitie was intussen een onderzoek naar de sekte gestart. De aanleiding was de bomaanslag van 25 juli. Het bleek dat een van de verdachten van deze aanslag de broer van Lea betrof. Er werd eerst onderzocht of de sekte verantwoordelijk was voor de aanslag, maar al gauw bleek dat dit niet het geval was. Lea, als gezegd de zus van een van de verdachten, was er niet bij betrokken geweest. Door het onderzoek werd wel de nieuwsgierigheid naar de sekte gewekt, al die correcte voorspellingen waren te eigenaardig om niet te onderzoeken. En zo raakte Dr. Zeele erbij betrokken; en, in diens voetspoor, Hedy eveneens.

Het was een lang verhaal geworden, en we besloten de lunch te gebruiken. Nadat we de bestelling hadden gedaan nam Hedy weer het woord: “Nadat justitie ervan overtuigd was dat Serède en haar sekte niets te maken hadden met de aanslag, ging Zeele verder met zijn onderzoek, want er was iets buitengewoon eigenaardigs aan die voorspellingen; Zeele deed niet aan ‘geneuzel in de toekomst’, zoals hij dat noemde. Hij ging op zoek naar psychologische verklaringen, en vooral toen E. ‘uit de kast kwam’ — wederom in de bewoording van Zeele — vormde zich uit haar verklaringen een voor hem bruikbare theorie. E., ofwel Ester, gaf aan dat zij het verwisselen van de medicijnen van Vera verdacht vond. Ester zei dat Vera een keer gesuggereerd had dat de verwisseling opzettelijk was, althans, wellicht onbewust, maar er was volgens haar geen sprake geweest van een toevallige verwisseling. Zoals je ongetwijfeld nog weet, is Zeele een verstokte Freudiaan. Hij ging de voorspellingen bekijken vanuit het Freudiaanse concept van ‘vergissingen’. De verwisseling van de medicijnflesjes was vanuit die opvatting een door het onderbewuste gestuurde handeling. Vera was zo in de ban geraakt van de ziener, dat zij de voorspelling via haar onderbewuste deed uitkomen. Vermoedelijk uit een, misplaatst uiteraard, bewijs van trouw. Ook de andere voorspellingen kon Zeele met deze theorie verklaren, het auto-ongeluk, de oven, de val van de trap, alles was te verklaren als een handeling die door het onderbewuste was gestuurd. Hierdoor waren de dromen geen voorspellingen, maar recepten voor een of ander ongeluk. Serède bleek de regisseur van alle ongevallen te zijn. Wellicht niet op grond van een bewuste, kwaadaardige opzet, maar niettemin even gevaarlijk.”


“Maar hoe zit het dan met dat geval van die koolmonoxide,” onderbrak ik haar, “immers, niet die vrouw, G. (of Gerda), was het slachtoffer, maar haar man. En die was niet voorgekomen in die droom, als ik het tenminste goed heb begrepen.”


“Daar had Zeele de volgende verklaring voor,” antwoordde Hedy. “Dat hij niet in die droom voorkwam was irrelevant, het draaide om Gerda. En op een bepaalde manier was juist zij verantwoordelijk voor die vergiftiging. Zij zorgde er altijd voor dat de ventilatie werkte, niet haar echtgenoot. Door thuis te blijven heeft ze haar man in gevaar gebracht, ze had hem in ieder geval op het hart moeten drukken om uit te kijken met douchen. Maar het gaat hier natuurlijk niet om haar ergens van te beschuldigen, er was sowieso geen opzet in het spel, en alle gebeurtenissen rond die voorspellingen waren uiterst verwarrend voor de groep. Justitie, die het verslag van Zeele gekregen hebben, vond in ieder geval niet dat er reden was voor een vervolging.”


“En dan is er nog die aanslag,” zei ik. “Die kun je toch onmogelijk verklaren vanuit dat Freudiaanse idee van ‘vergissingen’?”


“Nee, dat heeft Zeele ook niet beweerd. Hij deed het af als ‘toeval’, zoiets kan altijd gebeuren. Er zijn in de jaren tachtig vele aanslagen gepleegd, waarvan ruim tien in Parijs. In de jaren negentig was het minder, maar ze gebeurden wel.” Hedy nam even de tijd om een slok wijn te nemen. “Ik was dat overigens niet met hem eens,” ging ze verder, “ik meende, en daar bleek ik achteraf gelijk in te hebben, dat er een prozaïscher reden voor was te vinden.”


We zaten inmiddels aan de espresso met cognac. “Nou, vertel op,” moedigde ik haar aan, ik was benieuwd naar die reden.


“Zeele gaf mij niet de kans dit uit te zoeken, in het geheel niet; dat is de voornaamste reden dat ik met hem gebroken heb. Ik ben die Ester gaan opzoeken, en zij bracht mij in contact met Lea, die zus van de terrorist. Dat had wat voeten in de aarde, maar ik kon haar schuldgevoel bespelen, en uiteindelijk gaf ze toe. Ik bezocht haar samen met Ester, die heeft mij goed geholpen. Het was intussen wel maanden later.” Hedy nipte aan haar cognac.


Ik was intussen behoorlijk ongeduldig geworden, Hedy zag het aan mijn gezicht en onrustige heen en weer bewegen op mijn stoel.


“Ha!” zei ze met een gemaakte, valse grijns, “zo ken ik mijn mannetje weer.”


Ik ging jaren terug in de tijd.


“Rustig maar,” ging ze verder, “ik kon het niet laten je even te plagen.” Ze lachte me verleidelijk toe. Daarna werd ze weer ernstig. “Lea vertelde mij uiteindelijk iets wat alles duidelijk maakte: ze had haar broer verteld van de sessies met de dromen, en had hem verteld over die ontploffing op een metrostation. Haar broer, die overigens in de tussentijd voor de rechter was gebracht en daar schuldig was bevonden, had vanwege die opmerking van haar zus de datum uitgekozen voor die aanslag. Hij steunde haar voornemen die dag vrij te nemen van haar werk, en kon zo de aanslag plannen in de zekerheid dat zijn zus gespaard zou blijven. De voorspelling had dus de datum van de aanslag opgeleverd. Die was er door versneld.”


“Maar, dan blijft nog staan dat de ziener die aanslag heeft voorspeld, misschien niet de datum, maar wel de aanslag zelf.”


“Daar heb ik een verklaring voor, niet helemaal waterdicht wellicht, maar wel plausibel. Ester vertelde mij na het gesprek met Lea, dat ze in die ‘binnencirkel’ wel iets wisten over die broer, er was over gesproken, niet dat hij direct betrokken was bij terroristische activiteiten, maar wel dat hij gevoelig was voor de islamitische agenda. Inez Sedère was, ondanks de nep-voorspellingen, wel een hooggevoelige vrouw. Ze kan dus wel iets aangevoeld hebben, en dat tot een droom hebben omgesmeed.” Ze stopte even, en moest toen lachen. “Dat geldt ook voor jou, jij hebt ook een droom gehad over mij, en kijk waar we nu zijn!”

Toen we een half uur later terugliepen naar onze auto’s op de parkeerplaats van de supermarkt, deed Hedy opeens een arm om mij heen, ze leek mij ietwat schuldbewust aan te kijken. “Ik moet je iets bekennen,” zei ze met enige aarzeling.


Ik keek haar enigszins bezorgd aan, en ze omklemde mijn middel nog steviger. “Nou, voor de draad ermee dan,” zei ik.


“Eergisteren hebben we elkaar gezien, in de Bricomarché. Ik zag je daar, en jij mij ook, met een vluchtige blik, zonder dat je mij daadwerkelijk herkende. Vermoedelijk vanwege die lichte vorm van prosopagnosie die jij hebt, je hebt een context nodig om een gezicht thuis te brengen. En kennelijk is er toch iets van die blik tot je brein doorgedrongen, wat die droom van jou over mij verklaart. Toen je mij in de supermarkt zag, maakte die droom dat je mij toen wel herkende.

Bonnemort, 12 maart 2024