DOS-Lab Introductie

dos-lab

DOS-Lab Introductie

— Cornelis de Bondt

1. Vereist OS en programma’s

  1. DOS [6.0 of hoger] in combinatie met Windows98
  2. Brief™ – DOS tekstverwerker en met ingebouwde programmeertaal
  3. Turbo Pascal™ 5.0 of hoger
  4. PowertoolsPlus™
  5. Key-fake.com
  6. Score™

2. Vereiste Schijf- and Map-Structuur

  1. Twee harde schijven: C and D.

    Schijf D kan ook een virtuele schijf zijn, gemaakt via RAMDRIVE.SYS
  2. Op schijf C moeten de volgende mappen staan:

    C:\BRIEF
    Bevat de primaire Edit/Programmings-gereedschappen. Het hele systeem is erop gebaseerd.

    C:\TP
    Turbo Pascal en Powertools Plus programma’s, die door het systeem gebruikt worden.

    C:\SCORE

    C:\LIB

    C:\HLP
    Deze bevatten alle SCORE.EXE bestanden.

    C:\KEYIN
    Dit is een belangrijke werkmap, deze wordt door diverse programma’s gebruikt, dus de naam mag niet gewijzigd worden.

    C:\ECSC
    Deze map wordt gebruikt om bestanden die in C:\KEYIN gemaakt zijn in SCORE te importeren. De naam mag niet gewijzigd worden.

    C:\UTILITY
    Bevat diverse BATCH-bestanden die het proces aansturen.

    C:\KX
    Bevat diverse TXT-bestanden, die gebruikt worden in SCORE.

3. File data types

  1. KASON01A.TXT
    Akkoord-bestand – ASCII-formaat
  2. C:RASON01A.TXT
    Getal-bestand – ASCII-formaat
  3. C:KRSON01A.TXT
    Ritme-bestand – ASCII-formaat
  4. C:RKSON01A.TXT
    Getal-bestand, voor de tel-eenheden van het ritme – ASCII-formaat
  5. C:KSSON01A.TXT
    Compositie-bestand, verwerkingsdoeleinden – ASCII-formaat
  6. C:KKSON01A.TXT
    Compositie-bestand, voor handmatige aanpassing, en verwerkingsdoeleinden – ASCII-formaat
  7. C:KCSONA01.MUS
    Compositie-bestand – in Score™ formaat
  8. C:KCSON01A.SIB
    Compositie-bestand – in Sibelius™ formaat

Bestandsnamen: de eerste twee tekens (bijv. “KA”) geven het type aan; de volgende drie tekens (“SON”) verwijzen naar de titel.
Voor de KA-, RA-, KR-, RK-, KK- en Sibelius-bestanden is (bijvoorbeeld) het nummer “01A” een volgnummer voor mogelijke verschillende versies. Elke combinatie van cijfers/letters kan worden gebruikt.
(De namen van DOS-bestanden zijn beperkt tot maximaal 8 tekens plus een extensie van 3 tekens.
Bijvoorbeeld: “AB123456.EXT”.)

4. File Formats

Let op! De eerste regel van elk bestand bevat informatie voor gegevensverwerking; wijzig deze niet! Een KK-bestand bevat meerdere regels voor gegevensverwerking; door in de KEYIN-omgeving op de KK-naam te drukken (normaliter een ‘BR-naam.TXT’ bestand), ga je naar de eerste regel van waaruit je het bestand kunt bewerken en bijwerken.

C:KASON01A.TXTChord File
De eerste vier posities bevatten het akkoordnummer; wijzig dit niet. De akkoorden beginnen op positie 7 en kunnen 12 noten bevatten. Elke noot bestaat uit 5 tekens, bv.: 1G,CX

  • 1 — Balk-info – meestal is dit een “1”, maar het kan een “2” zijn voor pianopartituren wanneer een noot op een balk lager moet worden geplaatst.
  • G — Sleutel – G = Vioolsleutel, F = F-sleutel, A = Altsleutel, T = Tenorsleutel, R = Slagwerksleutel,
    8 = 8ba Vioolsleutel.
  • , — Register-info – relatieve positie, afhankelijk van de sleutel. Een “ ” [spatie] verwijst naar de middelste lijn van de notenbalk; een “.” naar het volgende octaaf, een “:” naar het dubbel-octaaf erboven; net zo verwijzen de “,” en “;” naar de octaven onder de notenbalk.
    1G,C ” is de C onder de notenbalk met de G-sleutel. “2F.C ” is dezelfde noot, nu in de F-sleutel. De hoogste noot mogelijk in deze notatie is de hoge E met zes hulplijnen. Hogere noten moeten worden aangegeven met een 8va-markering. Evenzo is de laagste noot mogelijk de lage A, ook met zes hulplijnen.
  • C — Noot-info – de zeven stamnoten van een toonladder A, B … G.
  • X — Voorteken – X voor kruis, S voor mol, H voor herstellingsteken, “ ” [spatie] voor geen voorteken, * voor dubbel kruis en b voor dubbel-mol.
    [Opmerking: Bes wordt aangegeven als “BS”; de “S” is afgeleid van het Nederlandse solmisatiesysteem dat “es” toevoegt aan verlaagde noten.]

Voorbeeld [typically for piano score with two staves]

0001 1G:FX 1G C  2F.D  2F G (…)
0002 1G FH 2F.BS

(…)

C:RASON01A.TXTNumber File
Elk nummer is opgemaakt met een ruimte van 4 cijfers. Er kunnen 32 nummers op elke regel staan, dus in totaal 128 tekens. Wanneer de laatste regel niet volledig is, zijn de laatste 4 cijfers 9999; dit is informatie voor gegevensverwerking, verander dit niet!
Het eerste nummer in de eerste regel geeft het totaal aantal nummers in het bestand aan. De nummers beginnen op regel 2.

Voorbeeld

  1   2   3   4   5   6   7 (…)

C:KRSON01A.TXTRitme-Bestand

Elk item bestaat uit 4 tekens. Het eerste teken is N voor noot, R voor rust, > voor het begin van een boog, voor de voortzetting van een boog, < voor het einde van een boog. De overige 3 tekens zijn cijfers die de ritmische waarde aangeven.

Voorbeeld

N001R002N003N001N001N001R012N001 (…) >003-004<001R004 (…)

C:RKSON01A.TXTGetals-Bestand

Hetzelfde formaat als een RA-bestand. Het bevat meestal de waarden 1, 2 en 4 voor de eenheden van het ritme; in dit geval kwartnoten, achtste noten en zestiende noten. 1 is de rekeneenheid. Elk getal groter dan 1 geeft de delingswaarde ervan aan, dus 2 is een achtste noot, 4 een zestiende noot, 3 een achtste noot in een triool, 5 een kwintool, enzovoort.

Voorbeeld

  1   1   1   2   4   4   4 (…)

De combinatie met de informatie uit het KR-bestand geeft de concrete notenwaarde. Een “N” geeft een noot aan, een “R” een rust. Enkele voorbeelden:

Enkele ritme-voorbeelden:

N001	één kwartnoot
1
R003 gepuncteerde kwartnoot rust
2
N001 8ste triool-noot
3
N001 32ste noot
8
N007 waarde van 7 kwartnoten [worden aangepast aan de maatsoort]
1

C:KKSON01A.TXT

Elk systeem begint met drie regels die het paginanummer, de duurinformatie en het maatnummer bevatten.
De volgende drie regels bevatten de maatsoortinformatie.
De eerste regels geven de duur aan, net als bij elk ritme; de derde regel geeft de specifieke maatsoort aan, omdat verschillende maatsoorten dezelfde duur kunnen hebben.
Een 3/4-maat heeft het nummer “3” in de RRM-regel, een 6/8-maat het nummer “13”, waarbij in beide gevallen KRM “N003” zou bevatten en RKM een “1”.
De duur van de 6/8-maat kan echter ook worden aangegeven met “N006” en “2”, aangezien dit in de berekening hetzelfde resultaat geeft.
De RRM-regel bepaalt de specifieke maatsoort. Elk systeem begint met een lege regel, met alleen “/” op de eerste positie. Hier kunnen indien nodig opmerkingen worden geschreven; deze worden genegeerd tijdens de berekening.
Het nummer op positie 3 geeft het stem- (of spoor-)nummer aan; er kunnen maximaal 9 stemmen in elk systeem zijn. Om meer stemmen te creëren, is een extra KK-bestand nodig. KK-bestanden kunnen worden gecombineerd, met een maximum van 32 stemmen per partituurpagina.

Elk systeem bestaat uit de volgende regels:

KRM= Maatsoort [N003]
RKM= Maatsoort-teleenheid [ 1]
RRM= Maatsoort-code [ 3]
/ Lege regel, evt. voor commentaar [wordt niet verwerkt in proces]
[[[= Ritme-groepen – “[” = 1 ritmebalk-start, “]” = 1 balk-eind, “((” = 2 vlaggen; etc.
KR1= Ritme-waarde
RK1= Ritme-teleenheid
DR1= Dynamiek: F=forte, PP= pianissimo, [ = cresc., ] = decresc., / or \ eind-cresc. of decresc.; etc.
UR1= Articulatie – “>” = accent, “^” = wedge-accent, “.” = staccato, “-” = tenuto; etc.
BR1= Frasing – “[” = begin van boog, “]” = einde van boog
XR1= “1” geeft tekst aan
XK1= Tekst – elke zin start met “@” en eindigt met “!”.
AK1= Noot 1 (top)
>>1= Noot 2 

>>1= Noot 3 (tot een maximum van 12 noten, dat betreft 12 regels)
/ Lege regel, evt. voor commentaar [wordt niet verwerkt in proces]
[[[= Ritme-groepen – “[” = 1 ritmebalk-start, “]” = 1 ritmebalk-eind, “((” = 2 vlaggen; etc.
KR2= Ritme-waarde [evt. Tweede stem; maximaal 9 stemmen per systeem]
RK2= Ritme-teleenheid
… etc.

Voorbeeld

/   [PAG-1]                  Pagina-nummer
/ [RGL=4.1 // TOT=4.1] Telduur-info
/ [1] Maat-nummer
KRM= N002 | Maatsoort [hier: 2/4]
RKM= 1 |
RRM= 2 | “ | ” = maatstreep
/
[[[= SIC [[ ]] | Ritme-groepering [Balk-1; max. van 9 balken per KK-File]
KR1= >001 <001N001N001N001 | Ritme [begint met overgebonden kwartnoot naar 16de noot]
RK1= 1 4 4 4 4 |
DR1+ SF P | Dynamiek
UR1+ > . . . | Articulatie
BR1+ [ ] | Frasering
XR1+ 1 | Tekst
XK1= @subito! |
AK1=1G GX A BS FX GH | Akkoorden [MaxSize=12]
>>1=1G,D ,ES ,C ,EH ,D |
/
[[[= SIC SIC (( SIC | De ritmegroepering wordt automatisch gegenereerd.
KR2= R001 R001N001R002 |
RK2= 1 4 4 4 |