DOS-Lab [1981 – 2020]

dos-lab

DOS-Lab [1981 – 2020]

Techniek staat voor ten onrechte verworven energie en resultaat. Wie met techniek omgaat móet wel lachen, je voelt je betrapt omdat wat techniek je oplevert je niet rechtmatig toekomt. Omdat tegenover een minimum aan inspanning een maximum aan resultaat staat. Heb je ooit een boer zien lachen, die zich de hele dag kapot heeft staan werken op het land? Die boer kijkt ernstig.

Ook kunst kenmerkt zich door ernst. Kijk maar naar muzikanten. Zelfs al spelen ze humoristische muziek, dan nog is hun gezichtsuitdrukking er een van ernst. Dat komt omdat de verhouding tussen werk en resultaat bij die boer en bij die muzikanten ligt zoals hij behoort te liggen. Het evenwicht blijft goed bewaard.
— Dick Raaijmakers in interview met Elmer Schönberger [1985]

In 1981 ben ik begonnen met gebruiken van een computer voor het genereren van mijn compositiemateriaal. Het eerste computersysteem dat ik gebruikte was een van de eerste IBM-mainframes die niet met tapes werkten, maar met trommels met een zevental harde schijven.

Vanaf 1985 werkte ik bovendien met PC’s van het merk Datapoint. Een dergelijk apparaat had een intern geheugen van 32 kilobyte, en werd aangestuurd met een 8 inch floppy disk met een opslag van 128 kilobyte.

Vanaf de jaren ’90 werkte ik met DOS. Dit systeem werkt optimaal op de laatste versie van Windows die in feite nog een shell is van DOS: WIndows98.

Sinds 2010 werkt die ook op een Macbook via een Windows-simulatie programma. Op nieuwere Mac’s werkt dit programma niet meer. Vanaf 2020 zijn al mijn DOS-computers ter ziele gegaan.

Voor Karkas schreef ik in 1981 een computerprogramma waarmee ik een oneindige canon-reeks kon maken, gebaseerd op iedere mogelijke puls-verhouding, bijvoorbeeld 3 : 4 : 13. De pulsen moesten niet alleen de noten of akkoorden canonisch uitwerken, maar zij moesten ook als twee of meer pulsen samenvallen het zelfde akkoord hebben. De volgorde van de akkoorden gaat dus met stappen vooruit en achteruit. Verderop hieronder staat een voorbeeld hiervan.

In het begin werkte ik voornamelijk met tabellen, zoals hierboven, maar in 1982 begon ik ook met een eenvoudig muzieknotatieprogramma. Die waren toen nog niet op de markt. Dat leverde een zeer simpele notatie op, omdat ik alleen een eenvoudige matrix 7×7 printer tot mijn beschikking had. Hieronder een voorbeeld uit de slagwerkpartij.

In 1985, toen ik Grand Hotel ging schrijven, breidde ik het notatieprogramma uit.
Elk teken dat de printer kon printen bestond uit maximaal 49 dots. Maar door die matrixen te combineren kon ik ook bijvoorbeeld een vioolsleutel ontwerpen. Om die te printen waren er drie regels nodig. Hieronder een voorbeeld dat ik gebruikte voor een lezing over Bint. Het is een voorbeeld uit Tsjaikovski’s Zesde Symfonie, laatste deel, over de ‘hoketus’-zetting van de strijkers.

Voorbeeld CanonReeks [2:3]

De reeks begint aldus: 1 1 1 1 1 2 1 3 1 1 2 3 1 5 3 2 1 6…

Voorbeeld ritmische destillatie uit CanonReeks

De pulsen waar de nieuwe akkoorden komen worden uit de reeks gedestilleerd, en geven zo nieuwe ritmisch motieven.

Een andere vorm van destillatie gebruikte ik in Het Gebroken Oor, waar ik uit de CanonReeks citaten van Schönberg’s Kammersymfonie Opus 9 kon projecteren.

In de jaren ’90 kwamen de eerste muzieknotatieprogramma’s op de markt. Het eerste programma dat ik gebruikte heette ‘Noteprocessor’, gemaakt door een jongen uit New York. Daarna stapte ik over op het programma ‘Score

Vanaf de jaren ’90 kwamen er muzieknotatieprogramma’s op de markt. Het eerste programma waar ik mee in aanraking kwam heette ‘Noteprocessor’, en was ontworpen door Stephen Dydo. Ik kon mijn bestanden in dat programma invoeren. Enkele jaren later volgde het programma ScoreTM dat ik tot op heden nog gebruik. Mijn DOS-Lab genereert bestanden die door dit programma in een partituur kunnen worden omgezet Dit is in het bovenstaande filmpje te zien. De Score-bestanden kon ik jaren later weer importeren in Sibelius[2].

Video: voorbeeld van mijn DOS-Lab aan het werk.