Tussen Droom en Werkelijkheid

commentaren

Tussen Droom en Werkelijkheid

In de — althans voor stadsbegrippen — grote tuin van het appartement, waar ik een jaar of vier geleden tijdelijk woonde, genoot ik op een tuinstoel naast het piepkleine vijvertje van mijn middagsigaar. Soms kwamen er buurtkatten op bezoek, dit keer een prachtige zwarte kat, met een klein wit puntje aan zijn staart. Ik zag hem geconcentreerd met iets spelen. Toen ik beter keek zag ik dat het object van zijn spel een klein kikkertje was, dat kennelijk net nieuwsierig uit het vijvertje was gekropen. De kat had een pootje van de kikker afgebeten, en gaf het beestje voorzichtig met een van zijn voorpoten een zetje. Het kikkertje probeerde weg te kruipen, maar de kat was hem uiteraard te snel af, en trok een ander pootje van het arme beestje af. Toen kon het kikkertje zich niet meer vooruit bewegen. Meteen was het spel uit, de kat verloor zijn interesse, likte zijn poot schoon, keek mij even wezenloos aan, en in één fabuleuze beweging sprong hij op de schutting, waarover hij vervolgens gratieus richting de volgende tuin schreed.

Veel mensen menen dat de natuur ‘mooi’ is, niet alleen vanwege de buitenkant, mooie dieren, bloemen, bomen, landschappen, maar ook vanwege de consistentie waarmee zij, en dus het leven, is gestructureerd. Alles hangt daarin met alles samen, het is één groot, levend, symbiotisch organisme. Schitterend! Alleen de mens is een ander verhaal, de mens — en uiteraard vooral de mannelijke variant — is een wreed, oorlogszuchtig wezen, die de o zo prachtige natuur aan het vernietigen is. Zeker, roofdieren doden ook hun diergenoten, maar dat is juist onderdeel van de natuurlijke balans, zij doden nooit uit wreedheid.

Het begrip ‘droom’ kan zowel duiden op de activiteit van onze hersenen tijdens onze slaap, als op een ideaal dat wij willen verwezenlijken. In beide gevallen is er een verschil met wat wij doorgaans onder het begrip ‘werkelijkheid’ verstaan. De droom is de mooie kater die sierlijk door het heerlijk riekende versgemaaide gras sluipt; de werkelijkheid is het kikkertje die net door hem kapotgemarteld is, of de geur van het gemaaide gras dat in werkelijkheid een angstexpressie is, tevens een waarschuwing naar andere planten.

Zijn ‘droom’ (zowel hersenactiviteit als ideaal) en ‘werkelijkheid’ volstrekt gescheiden werelden, of bestaat er een hybride gebied waar beide domeinen in elkaar overgaan? Kunnen we het ideaalbeeld van de kat scheiden van zijn wreedheid? Kunnen we de muziek van Wagner, of de denkbeelden van Heidegger over het ‘Zijn’, scheiden van hun abjecte antisemitische teksten? Het zou comfortabel zijn als dit zou kunnen, een hybride vorm heeft altijd iets ongemakkelijks, we voelen er ons onzeker, en door twijfel bevangen; het is als lopen op een beijzeld trottoir. Bovendien: heeft die scheiding tussen droom en werkelijkheid niet iets zeer aantrekkelijks, of sterker nog, is die scheiding geen voorwaarde voor de droom om te bestaan? Zeker als ideaal, want dat is een vorm van verlangen, en een verlangen kan uitsluitend bestaan als het nooit wordt ingelost.

Bevindt kunst zich in dit hybride grensgebied? Kunst is een expressie van zowel onze verbeelding als van onze idealen, dit laatste misschien niet altijd (direct) op ethisch, maar zeker wel op esthetisch vlak. En anderzijds bevinden haar creaties zich in onze werkelijkheid, in de vorm van schilderijen, teksten, beelden, manifestaties of concerten. Tegelijkertijd is kunst in die werkelijkheid ongrijpbaar. De partituur, het boek of het schilderij kunnen wij weliswaar beetpakken, maar de muziek die klinkt, de sensatie van de aanblik van het schilderij of van het lezen van de roman of het gedicht, de essentie dus van het kunstwerk, is ongrijpbaar, en het oordeel erover is lastig in woorden te vangen.

Mijn vader was een man die iedere hybride vorm afwees. Twijfel was een zonde. Tegelijkertijd was hij een gelovig man. Toen ik hem in een gesprek over Zeno vroeg: “Wie was er eerder, de kip of het ei?” antwoordde hij, zonder ook maar één seconde te aarzelen: “Toon mij de kip, en toon mij het ei, dan zeg ik jou wie er eerder was.” Ik vond het een zeer geestig antwoord, maar hij bedoelde het zonder een spoor van ironie.

Wellicht kunnen we een synthese vinden van bovenstaand probleem van het al dan niet vast te stellen hybride domein. Als we het domein in objectieve zin zouden kunnen determineren, dan is het daarmee een object van de werkelijkheid geworden, en daarmee de inlossing van een ‘verlangen’. Wanneer wij echter het probleem naar een transcendentaal niveau brengen, dan kunnen beide aspecten, die van de ‘droom’ en de ‘werkelijkheid’ intact blijven, het hybride gebied wordt dan het domein waar deze beide aspecten met elkaar in verband worden gebracht, niet in de vorm van een antwoord, maar in de vorm van een vraag; van een probleem. Het oplossen van dit probleem is dan niet het doel, het doel is wat de vraagstelling ons kan opleveren. Dat is, in mijn opvatting, precies wat kunst doet. Kunst is het hybride gebied tussen droom en werkelijkheid, en het betreft niet de kunstobjecten zelf, maar de esthetische handeling, van zowel kunstenaar als publiek; de creativiteit zit in de handeling, of dit nu het maken of het waarnemen betreft, want ook dit waarnemen van een kunstwerk is een creatieve handeling. Deze creatieve handeling is het hybride domein.

Of is dit een ’Romantisch, al te Romantisch’ denkbeeld? En is het Neoliberalisme, gepraktiseerd door zijn vazallen, de kat — en zijn wij, kunstenaars en kunstliefhebbers, de kikker?

— Cornelis de Bondt, 12 oktober 2024

[Zie ook: Het Failliet van het Kunstbeleid.]