Dubbelplot
— J. Chr. de Vries
Nadenkend over de betekenis van de begrippen ‘vorm’ en ‘inhoud’ herinnerde ik mij opeens een intrigerend krantenbericht uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung, van jaren geleden, over een merkwaardig rechtszaak in Nürnberg. De rechtszaak behelsde een moordzaak, waarvoor twee verdachten in aanmerking kwamen, laten wij ze X en Y noemen. Beiden werden verdacht van de moord op een zekere S, dat wil zeggen, één van beiden had de moord gepleegd, maar de politie kon niet achterhalen wie van de twee. De twee personen kenden elkaar niet, maar ze waren beiden in de buurt van de flat van S gesignaleerd. Er waren twee rechercheurs bij het onderzoek betrokken, we noemen ze P en Q. Rechercheur P kwam tot de conclusie dat X de moordenaar was, rechercheur Q meende dat het Y betrof. Onduidelijk is of de beide rechercheurs uiteindelijk op één lijn zaten, het krantenbericht vermeldde dit niet, maar feit was, en dat maakt de rechtszaak zo opzienbarend, dat het openbaar ministerie (Staatsanwaltschaft) abusievelijk de twee verschillende versies van de aanklacht (de ene van P en de andere van Q) stuurde aan het gerechtshof. De versies verschilden bijna niet van elkaar, alle tekst was identiek, alleen was er een afwijking in de volgorde van twee alinea’s, waardoor de conclusies over de beide verdachten lijnrecht tegenover elkaar stonden, de ene versie wees verdachte X als dader aan, de andere versie verdachte Y. Hoe het ook zij, de rechtbank had hierdoor geen andere keus dan de zaak te seponeren. De moordenaar ging daarmee vrijuit. Nadat ik het krantenbericht opnieuw had gelezen, was ik benieuwd naar de tekst met de twee versies, ik wilde proberen deze te achterhalen.
Het krantenbericht vermeldde de volgende aanvullende feiten: Het slachtoffer S bewoonde een flat zonder camerabeveiliging, op de vijfde verdieping. Hij werd gevonden door de rechercheurs P en Q, nadat een overbuurman, de getuige G, bij de politie een melding had gemaakt over verdachte gebeurtenissen in het appartement van het slachtoffer. G bewoonde een flat tegenover de flat van S, op de zesde verdieping. Hij kon vanaf zijn verdieping niet precies zien wat er zich daar afspeelde, het was bovendien na zonsondergang. Hij meende dat het om twee verschillende personen ging, maar ze hadden een vergelijkbaar postuur en droegen donkere kleding en allebei een gekleurde honkbalpet. Beide verdachten werden opgespoord met behulp van gegevens die op de computer van S werden aangetroffen. Het bleek dat beiden mannen door S werden gechanteerd met erotische opnames die S van hen op zijn computer had. De opnames stonden los van elkaar. Tot zover de gegevens die in het krantenbericht stonden vermeld. De foutieve aanklacht met de twee verschillende verhoorversies, die abusievelijk door de officier van justitie was opgestuurd naar de rechtbank, is later opgevraagd door de publicist Rudi Bistpelz. Deze kon er pas over beschikken na een zogenaamde Verwaltungsverfahrensgesetz-procedure (vergelijkbaar met de Nederlandse Arob-procedure). Ik wist via een kennis uit Nürnberg in contact te komen met Bistpelz. Deze stuurde mij de merkwaardige ‘Doppelanzeige’, zoals hij het noemde. Het was mij niet duidelijk of de tekst de letterlijke weergave van de verhoren betrof, of dat het een door Bistpelz geparafraseerde versie daarvan was, die hij ging gebruiken voor zijn publicatie. Maar dat was voor mijn tekst niet relevant, het ging mij uitsluitend om de vorm van beide versies.
— § —
De tekst die Bistpelz mij stuurde bevatte beide versies van de aanklacht van rechercheurs P en Q, en enkele details over het onderzoek. Toen de beide rechercheurs bij het appartement aankwamen stond de voordeur half open. Het stoffelijk overschot van het slachtoffer lag in de keuken, hij had een ernstige hoofdwond; naast hem bevond zich, in een plas bloed, een zware metalen kaarsenstandaard. S lag naast de keukentafel, waarvan een van de hoekpunten bebloed was. G kon vanuit zijn raam de keuken niet zien, hij had alleen zicht op de woonkamer. De televisie in de woonkamer stond aan. De tekst van Bistpelz bevatte geen informatie over de verhoren van de beide verdachten, alleen dat beide mannen verklaarden onschuldig te zijn. Ze bekenden wel dat ze in het appartement geweest waren, om verhaal te halen over de chantage van S, en dat er hierbij enkele ‘woordenwisselingen’ waren geweest. Beide mannen gaven aan dat ze niet van elkaars bestaan afwisten. Getuige G had beide mannen gezien in de woonkamer. Hij gaf aan dat het om twee verschillende mannen ging, eentje had een bril. Beiden droegen donkere kleding en een honkbalpet, de ene een blauwe, de andere een rode. De man met de bril, met rode pet, werd aangeduid als verdachte ‘X’, de andere als ‘Y’. De verslagen van beide rechercheurs P en Q waren gebaseerd op een handgeschreven kladversie, gemaakt tijdens hun verhoor met getuige G De aantekeningen waren summier, en bestonden deels uit korte statements en stopwoordjes, soms voorzien van pijlen in de richting van de rest van de tekst. Dit heeft mogelijk geleid tot de verwarring in de beide uitwerkingen van de kladversie.
De doodsoorzaak kon niet eenduidig worden vastgesteld. De hoofdwond kon zowel door een klap met de kaarsenstandaard veroorzaakt zijn, als door een val tegen de keukentafel. Er was een flinke hoeveelheid GBD in het bloed van S gevonden. Hij moet behoorlijk dizzy zijn geweest, waardoor hij, wellicht na een handgemeen, tegen de tafelrand was gevallen. Ook het wijnglas vertoonde sporen van de partydrug. Deze kon zowel door de verdacht X als Y toegediend zijn. Beiden ontkenden dit. Getuige G heeft dit niet kunnen waarnemen.
— § —
- Verslag rechercheur P — Verdachte Y is de laatste die S in levende lijve gezien heeft.
Getuige G kijkt uit zijn raam naar de flat aan de overkant, hij ziet S op de bank voor de tv zitten. Deze kijkt kennelijk naar dezelfde zender die hij ook heeft aanstaan, de Tagesschau van de ARD. Hij herinnert zich dat hij de openingstune van de intro hoorde, en hij herkende daardoor de beelden van de tv van zijn overbuurman. Daardoor wist hij dat het iets na acht uur in de avond was toen S van zijn bank opstond en uit beeld verdween.
Even later kwam S terug de woonkamer in, gevolgd door verdachte X, die, zwaaiend met zijn armen, dreigend achter hem aanliep. Hoewel G uiteraard niets kon horen, leek het duidelijk dat er sprake was van een stevige woordenwisseling. S was achteruit gedeinsd tot bij de tv. Opeens pakte S een grote kaarsenstandaard die op de tv stond. Hij zwaaide ermee naar X en dreigde hem ermee te slaan. X deinsde op zijn beurt achteruit. Beide mannen verdwenen aldus uit beeld, kennelijk de keuken in.
Enkele minuten later verschijnt S weer terug in de woonkamer, zonder kaarsenstandaard. Hij staat een tijdje voor de tv. Opeens kijkt hij om, richting de keuken, en loopt de kamer uit. Hij komt even later de woonruimte weer in, gevolgd door de andere verdachte Y. Deze heeft een wijnfles in zijn hand, die hij aan S aanbiedt. Deze pakt hem aan en loopt ermee naar de keuken. De sfeer tussen beide mannen lijkt ontspannen te zijn. Even later komt S terug met twee wijnglazen. Y pakt ze aan en loopt de kamer uit, om na enige tijd weer terug te keren met twee volle glazen. De beide mannen praten een tijdje breed gesticulerend met elkaar, en lopen daarna samen de woonkamer uit, vermoedelijk naar de keuken.
Na een minuut of vijf komt S alleen terug. Hij gaat op de bank voor de tv zitten. Inmiddels is de Tagesschau afgelopen, en een of andere Krimi begonnen. Getuige G hoort het geloei van politiesirenes. S kennelijk ook, want hij staat op en loopt naar het raam. Hij kijkt opeens om, en ziet de man met de rode honkbalpet de woonkamer in komen. Deze heeft twee glazen wijn in zijn hand en geeft er een aan s Deze maakt eerst drukke gebaren met zijn handen, maar pakt het glas dan aan en loopt de kamer uit. Verdachte X kijkt even uit het raam, en loopt dan even later S achterna de kamer uit. Hij lijkt iets te roepen. De kamer blijft een lange tijd leeg.
S komt terug de woonkamer in, hij kijkt even naar de tv en loopt dan naar het raam. Verdachte Y komt daarna ook de kamer in, ze hebben een woordenwisseling. S loopt opeens snel de kamer weer uit. Y achtervolgt hem. Een tijd lang gebeurt er niets, maar dan komt Y de woonruimte weer in, alleen, hij loopt naar het raam, kijkt een tijdje naar beneden, en loopt dan snel de kamer weer uit. G blijft een tijd lang naar de lege woonkamer kijken.
- Verslag rechercheur Q — Verdachte X is de laatste die S in levende lijve gezien heeft.
Getuige G kijkt uit zijn raam naar de flat aan de overkant, hij ziet S op de bank voor de tv zitten. Deze kijkt kennelijk naar dezelfde zender die hij ook heeft aanstaan, de Tagesschau van de ARD. Hij herinnert zich dat hij de openingstune van de intro hoorde, en hij herkende daardoor de beelden van de tv van zijn overbuurman. Daardoor wist hij dat het iets na acht uur in de avond was toen S van zijn bank opstond en uit beeld verdween.
Even later kwam S terug de woonkamer in, gevolgd door verdachte X, die, zwaaiend met zijn armen, dreigend achter hem aanliep. Hoewel G uiteraard niets kon horen, leek het duidelijk dat er sprake was van een stevige woordenwisseling. S was achteruit gedeinsd tot bij de tv. Opeens pakte S een grote kaarsenstandaard die op de tv stond. Hij zwaaide ermee naar X en dreigde hem ermee te slaan. X deinsde op zijn beurt achteruit. Beide mannen verdwenen aldus uit beeld, kennelijk de keuken in.
Enkele minuten later verschijnt S weer terug in de woonkamer, zonder kaarsenstandaard. Hij staat een tijdje voor de tv. Opeens kijkt hij om, richting de keuken, en loopt de kamer uit. Hij komt even later de woonruimte weer in, gevolgd door de andere verdachte Y. Deze heeft een wijnfles in zijn hand, die hij aan S aanbiedt. Deze pakt hem aan en loopt ermee naar de keuken. De sfeer tussen beide mannen lijkt ontspannen te zijn. Even later komt S terug met twee wijnglazen. Y pakt ze aan en loopt de kamer uit, om na enige tijd weer terug te keren met twee volle glazen. De beide mannen praten een tijdje breed gesticulerend met elkaar, en lopen daarna samen de woonkamer uit, vermoedelijk naar de keuken.
S komt terug de woonkamer in, hij kijkt even naar de tv en loopt dan naar het raam. Verdachte Y komt daarna ook de kamer in, ze hebben een woordenwisseling. S loopt opeens snel de kamer weer uit. Y achtervolgt hem. Een tijd lang gebeurt er niets, maar dan komt Y de woonruimte weer in, alleen, hij loopt naar het raam, kijkt een tijdje naar beneden, en loopt dan snel de kamer weer uit. G blijft een tijd lang naar de lege woonkamer kijken.
Na een minuut of vijf komt S alleen terug. Hij gaat op de bank voor de tv zitten. Inmiddels is de Tagesschau afgelopen, en een of andere Krimi begonnen. Getuige G hoort het geloei van politiesirenes. S kennelijk ook, want hij staat op en loopt naar het raam. Hij kijkt opeens om, en ziet de man met de rode honkbalpet de woonkamer in komen. Deze heeft twee glazen wijn in zijn hand en geeft er een aan S. Deze maakt eerst drukke gebaren met zijn handen, maar pakt het glas dan aan en loopt de kamer uit. Verdachte X kijkt even uit het raam, en loopt dan even later S achterna de kamer uit. Hij lijkt iets te roepen. De kamer blijft een lange tijd leeg.
— § —
Naschrift
De hele kwestie rond het proces van de moord op S, met name de twee bijna identieke verklaringen (zoals weergegeven in de tekst die Bistpelz mij stuurde) tonen hoe in deze kwestie de vorm de inhoud heeft bepaald, en wel op twee manieren. Ten eerste in de twee verklaringen, waarbij een simpele omkering in de volgorde van twee alinea’s tot tegenovergestelde conclusies leidde, en ten tweede door de uitspraak van de rechter, te weten het besluit tot seponeren van de zaak vanwege een vormfout.
Er zijn zeer zeker meer elementen aan te wijzen die duiden op een onzorgvuldig onderzoek in deze zaak, er kunnen veel vragen bij gesteld worden, en omissies aangeduid, maar de kwestie van de vorm die de inhoud heeft bepaald in hoe deze zaak uiteindelijk is verlopen, blijft staan. En dat maakt deze zaak niet alleen curieus, maar ook interessant voor de kwestie van ‘vorm en inhoud’ op zichzelf, een kwestie met veel onduidelijke, en ongrijpbaar lijkende aspecten, maar ook een kwestie die onontkoombaar lijkt. Wat moeten wij er uiteindelijk mee? Juist het curieuze aan deze zaak toont aan hoe lastig het is om het aspecten van ‘vorm’ en ‘inhoud’ te scheiden. Uiteindelijk is de scheiding die hier succesvol lijkt te zijn geschapen een gevolg van inconsistenties. Wanneer beide rechercheurs beter hadden samengewerkt, en de officier niet een tegenstrijdige aanklacht had ingediend, dan had die scheiding tussen vorm en inhoud nooit plaatsgevonden. Dit roept de vraag op, of in een consistente handeling, of analyse, die scheiding tussen vorm en inhoud feitelijk mogelijk is — of, anders gezegd, of een scheiding tussen vorm en inhoud alleen mogelijk is in een inconsistent proces.
— Den Haag, 9 december 2022