Het Gebroken Oor [1984]

Het Gebroken Oor, deel I

Dit eerste deel van de cyclus ‘Het Gebroken Oor’ schreef ik in 1983/84 voor het Schönberg Ensemble, dat tien jaar eerder werd opgericht door studenten (waaronder Henk Guittart) van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, naar aanleiding van een uitvoering o.l.v. Reinbert de Leeuw van de Kammersymphonie Nr. 1, opus 9 van Arnold Schönberg.

Voor Het Gebroken Oor maakte ik gebruik van mijn softwareprogramma DOS-Lab dat ik aan het ontwikkelen was. Ik wilde met dit stuk het einde van de tonaliteit onderzoeken, en mijn idee was om dit te doen aan de hand van bovengenoemde compositie van Schönberg, omdat dit werk een belangrijk onderdeel was van dit sterfproces van de tonaliteit. Na het schrijven van het stuk begreep ik dat ik verder terug moest, en van binnenuit de tonaliteit het proces moest zien te ontrafelen. Dit heb ik met name in De Deuren Gesloten en Grand Hotel gedaan.

Ik heb enkele fragmenten uit de Kammersimfonie gebruikt en deze met behulp van mijn DOS-Lab ontleed in ritmische en harmonische elementen, en die vervolgens via een strikt procedé weer in elkaar gezet. Dit proces leidt tot quasi-citaten, citaten die niet letterlijk zijn gekopieerd maar die procesmatig gegenereerd zijn. Ik verbeeld mij dat dit mogelijk te vergelijken is met wat er zich in ons geheugen afspeelt, onze herinneringen zijn evenmin letterlijke ‘opnames’ van ons verleden.

Het werk is opgedragen aan Marlies.

  • Schönberg Ensemble o.l.v. Micha Hamel; opname Bert van der Wolf.