Gezelligheid kent geen tijd
Een ploeg docenten binnen een afdeling van een school of universiteit, een team in een bedrijf, of de leden van het kabinet dat ons land regeert — voor elke van deze groepen geldt dat het in ons land gaat om een clubje, met aan het hoofd de hopman die ervoor moet zorgen dat het een beetje gezellig blijft. De meeste leden van de groep ondersteunen de hopman, maar er is altijd (minstens) één lid die vragen stelt bij dit groepsgebeuren. Misschien omdat hij/zij niet zo van gezelligheid houdt, het is een eenling; misschien omdat er besluiten worden genomen waar dit lid zich niet in kan vinden; maar in veel gevallen gaat het om de manier waarop die besluiten worden genomen. Dat kan gepaard gaan met verkeerde (maar altijd ‘goedbedoelde’) grappen, en veelal met kolen en geiten die gespaard moeten worden. Het toverwoord is in veel gevallen ‘meebewegen’.
Het dwarsliggende lid noemt men het ‘zwarte schaap’. Dit schaap wordt verweten ‘te principieel’ te zijn. Meer dan een persoonlijke kwestie is het zwarte schaap een positie. Wanneer een specifiek zwart schaap verdwijnt, dan gaat een van de andere leden, of een nieuw lid, deze positie bekleden. Wanneer dit niet meer het geval is, dan is de groep verloren, omdat de identiteit van de groep in hoge mate door dit zwarte schaap bepaald wordt. De groep is de regel, het zwarte schaap de uitzondering.
Een andere term voor ‘zwart schaap’ is (al langere tijd) ‘klokkenluider’. Het verschil tussen de beide termen is dat het zwarte schaap nog wel zijn best doet de gezelligheid van de club te billijken, maar dat de klokkenkluider dat stadium voorbij is.
Uiteraard heeft de club het beste met de afdeling of ‘het land’ voor. Het betreft in de meeste gevallen niet menselijk gedrag dat valt onder wat Kant in zijn intrigerende, late tekst ‘De religie binnen de grenzen van de rede’, het “derde kwaad” [corruptio] noemt, want dan betreft het mensen die gespeend zijn van iedere vorm van moreel vermogen; hun drijveren zijn immoreel, en mogelijk zelfs amoreel. Verreweg de meeste mensen vallen in een van de beide andere categorieën. In het geval van “het eerste kwaad” [fragilitas] is de mens simpelweg te zwak om het goede te doen. ‘Ik steek graag een sigaar op, ik weet dat het slecht voor mij is, maar ik kan er geen weerstand aan bieden.’ En dan is er nog, “het tweede kwaad” [impuritas], dat is, kort door de bocht, de groep die meedoet met de hopman, en die het besef van het kwade weet weg te moffelen achter ‘goede bedoelingen’, grapjes, rationalisaties, en inconsistent denken. Het menselijk tekort wordt dit ook genoemd.
Uiteraard is het voor de mensheid van belang dat we het ‘hoogste goed’ nastreven, en dat dit vaak niet lukt is op zichzelf genomen niet onoverkomelijk. We maken allemaal fouten, verkeerde inschattingen en stomme versprekingen. Maar het gaat fout als we onze reflectie over dit falen verstoppen achter smoesjes als ‘ik bedoelde het toch goed?’ Het zwarte schaap benoemt die smoesjes, hij/zij legt de vinger op de zere plek, en wordt daarom veelal weggewoven, genegeerd, weggehoond of zelfs veracht, alles als onderdeel van het spel dat ‘gezelligheid’ heet. Want het moet allemaal wel leuk blijven. Het zwarte schaap wordt verweten een ‘spelbreker’ te zijn.
‘Gezelligheid’ is een vorm van schijnheiligheid. Iedere cultuur kent dit fenomeen. De wijze waarop in de Verenigde Staten met erotiek en seks wordt omgegaan is uitermate hypocriet. We herinneren ons allemaal nog ‘Nipplegate’. Maar elke cultuur heeft wel zijn eigen vorm. Nipplegate leidde tot schadeclaims van honderden miljoenen dollars, schijnheiligheid in de VS gaat over geld. In Nederland is het anders gesteld: waar — naar ik vermoed — in de meeste culturen hypocresie als een slechte eigenschap wordt beschouwd, heeft de Nederlandse cultuur er een positieve draai aan weten te geven; schijnheiligheid wordt via de gezelligheid gecelebreerd. De gang van zaken in ons huidige kabinet is exemplarisch.
Een van de trucs die worden toegepast om het zwarte schaap onder kontrole te krijgen is het medicaliseren ervan. Hiertoe is de term ‘borderline’ bedacht. In eerste instantie, in DSM-4, was de diagnose nog vaag, het omvatte het gehele deel van ‘psychische’ aandoeningen die niet vielen in de twee bestaande categorieën: neuroses (zoals vliegangst of claustrofobie) en psychoses (waarin het contact met de werkelijkheid zoek is). Een grensgebied dus, vandaar de naam. Inmiddels is de term in DSM-5 voorzien van een tiental concrete kwalificaties.
We moeten het ‘zwarte schaap’ in ere zien te herstellen, en proberen te achterhalen wat zijn functie precies inhoudt, zonder daar een moreel of pseudo-medisch oordeel aan te verbinden. Nogmaals: het zwarte schaap is geen heilige, geen representant van het goede, het gaat mij hier niet om een persoonlijke kwalificatie, het is een positie. Het zwarte schaap maakt onderdeel uit van wat Kant impuritas noemt. Het bestempelen ervan tot een moreel of medisch probleem vertroebelt de analyse, en is daarmee onderdeel van het spel.
Laten we de kwestie van de ‘bijna-crisis’ van het kabinet-Schoof nader beschouwen. Dit kabinet is een goed voorbeeld van de ‘club’ waar ik eerder op doelde, met Schoof als hopman, en staatssecretaris Achahbar als zwart schaap. Zij trok haar conclusie, nam haar ontslag, en werd daarmee een ‘klokkenluider’; althans in spe, want of zij alsnog openheid van zaken gaat geven is de vraag.
Anders dan Trump, Poetin of Nethanyahu, die duidelijke voorbeelden zijn van Kant’s corruptio, lijkt Wilders eerder een voorbeeld van het ‘tweede kwaad’. Er is in zijn geval sprake van “de vermenging van immorele en morele drijfveren” (mogelijk gebaseerd op ‘goede bedoelingen’: “Nederland beter maken”). Maar op een bepaalde manier heeft Wilders tevens kenmerken van een ‘zwart schaap’. Hij legt zijn vingers voortdurend op zere plekken, doet niet mee met het gezelschapsspel, en zet de hopman om de haverklap te kakken. Maar is hij een zwart schaap? Heeft zijn obstinaat en treiterend gedrag de oplossing, of in ieder geval het signaleren van een probleem tot doel, of ligt er een ander, persoonlijk doel aan ten grondslag? Met andere woorden, heeft de man eigenlijk wel door dat het ‘zwarte schaap zijn’ een positie is, en niet een persoonlijke drijfveer? Het lijkt er niet op, en ook die club van hem heeft dat niet door, omdat men het in zijn broek gaat doen wanneer ze het gezelschapsspel zouden moeten laten varen.
Nederland moet de verstikkende religie van gezelligheid op de vuilnisbelt dumpen, en de kritische bemerkingen van zwarte schapen serieus nemen, ongeacht de zere plekken. Het zou het begin zijn adequate analyses, waardoor we kunnen hopen om goede en werkbare oplossingen te vinden.
— Cornelis de Bondt, 16 november 2024