Het Naïeve
— Cornelis de Bondt
De parabel van ‘De Tovenaar van het Klavier’
Laten wij de volgende kwestie beschouwen: men stelt zich een uitvoering van een Bach-fuga voor door een uitzonderlijk goede pianist, een ware klanktovenaar, maar wel met één nadeel: hij heeft geen idee wat een fuga is. Hij heeft er nog nooit van gehoord. Wat zou men dan horen? Wonderbaarlijke klanken, in ieder geval iets wat ongehoord is. De vraag is dan: is daar iets mis mee? Moet men per se alle lijnen, alle thema-inzetten, alle structuren en ga zo maar door, kunnen horen? Is het niet voldoende dat een meesterlijk stuk op een meesterlijk geraffineerde, technisch hoogstaande wijze gespeeld wordt, en dat men bovendien iets hoort wat nog niet eerder gehoord is? Is dat niet de essentie van kunst? Ik meen dat het antwoord ontkennend moet luiden. Want wat men hoort is niet ‘meesterlijk’. Het is op zijn best ‘kunstig’ gespeeld, maar vooral naïef. Pas als deze pianist het wezen van de fuga volledig doorgrond heeft, en dan besluit alle thema-inzetten en lijnen te negeren, en zich volledig op de klank te concentreren, pas dan hoor men iets dat echt de moeite waard is. De negatie van wat uiteraard een essentieel onderdeel is van de fuga, krijgt dan namelijk een betekenis. Men hoort niet de afwezigheid van iets, maar de ontkenning. Dat is een daad. Geen onvermogen, maar een keuze. Een keuze waar men het niet mee eens hoeft te zijn, maar dat maakt niet zoveel uit, dat is een kwestie van persoonlijke smaak.
Het naïeve heeft in de kwestie van het schone niets te zoeken; maar wellicht wel in de kwestie van het sublieme.
— Cornelis de Bondt, Loosduinen, 17 maart 2024