Het Schone

Lemma's

Het Schone

Cornelis de Bondt

De parabel van ‘Het Onbewoonde Eiland’


Stelt u zich het volgende voor: u bevindt zich op een onbewoond eiland, ergens in de Grote Oceaan, op een bijna hagelwit strand, palmbomen wuiven lichtjes in de avondwind, het water aan het strand is diepblauw, een vlucht roze falmingo’s scheert laag over het water, met de felrode ondergaande zon als achtergrond. Is dit geen ultieme schoonheid? ‘Ja,’ antwoordt u dan, ‘dit is inderdaad een beeld van een overweldigende schoonheid!’ Maar dan zeg ik dat hier in het geheel geen sprake is van schoonheid, het eiland is immers geheel verlaten, er is niemand om die schoonheid waar te nemen. ‘Maar natuurlijk bestaat die schoonheid wel,’ werpt u mij tegen, ‘ook zonder dat wij ons daar bevinden is het beeld aanwezig, ik heb het mij zojuist voorgesteld!’ ‘Inderdaad,’ zeg ik dan, ‘u hebt het zich verbeeld, u hebt dit beeld van ultieme schoonheid zelf in uw brein gecreëerd.’

Betekent dit dat schoonheid uitsluitend, en altijd, in het brein van de waarnemer wordt gegenereerd? Is het een volstrekt subjectieve ervaring?
 Bovenstaande Parabel van ‘Het Onbewoonde Eiland’ geeft alleen weer hoe schoonheid in ons brein tot stand komt, maar hij doet geen uitspraak over het object van die schoonheid. Uiteraard bevat ieder object van schoonheid een kwaliteit die maakt dat wij die schoonheid kunnen genereren, dat zal niet bij ieder willekeurig object het geval zijn. Maar het object dat wij beoordelen als ‘mooi’ kan alleen via dit oordeel als zodanig beoordeeld worden, de schoonheid wordt manifest in die uitspraak. Zonder een smaakoordeel bestaat schoonheid niet.
 De vraag is overigens of in bovenstaande parabel niet het sublieme wordt bedoeld. Het schone en het verhevene zijn verwant, maar niet gelijk.

— Cornelis de Bondt, Loosduinen, 17 maart 2024