De Koning Maakt Nooit Een Fout

parabels

De Koning Maakt Nooit Een Fout

J. Chr. de Vries

De oekaze dat de koning nooit fouten maakt heeft geleid tot een aantal curieuze, maar uiteindelijk ook desastreuze besluiten. De herkomst van dit koninklijk decreet is nooit helemaal achterhaald, maar het spoor van de gevolgen ervan is heden ten dage nog zichtbaar.

Om te beginnen zien we die gevolgen ervan in de soms wonderbaarlijk inconsistente grammaticale regels en gebruiken. Dat is op zichzelf genomen niet uniek, ook in andere koninkrijken zijn soortgelijke inconsistenties waar te nemen. Zoals op het gebied van de uitspraak. In het Engels zien we dit bijvoorbeeld terug bij bepaalde woorden die slechts één letter verschillen: ‘bow’ versus ‘cow’, of de klank van de dubbelletterige klinker ‘ou’ in: ’tough’, ‘though’, en ‘thought’. In het Nederlands zien we dat de verleden tijd van de op elkaar lijkende werkwoorden ‘kopen’, ‘lopen’, en ‘nopen’ tot drie verschillende vormen leidt: ‘kochten’, ‘liepen’ en ‘noopten’. Over het Franse nummeringssysteem kunnen we maar beter zwijgen, dat lijkt wel een rekenles. Twee voorbeelden dienen te volstaan: het getal 80 is in die taal ‘quatre-vingts’, en het getal 81 ‘quatre-vingt-un’; waarom een extra ’s’ in het getal 80, en niet in het getal 81? Waarom ‘vingt-et-un’ en ‘vingt-deux’, (21 en 22) en dus niet ‘vingt-un’ of ‘vingt-et-deux’? Antwoord: de Franse koning maakte nooit een fout.

Al deze taalkwesties zijn hoogstens ongemakkelijk, maar zeker niet catastrofaal. In de eigen taal leer je vanaf je vroegste jaren spelenderwijs met de inconsequenties om te gaan, en bij het leren van een andere taal kost het hooguit meer moeite, tijd en vooral oefening om al die uitzonderingen op een vanzelfsprekende manier deel van je taalvermogen te laten uitmaken. Dat is het leven.

Van een geheel andere orde echter waren de ‘nooit gemaakte fouten’ van de koning van het land waarvan de naam onbekend is. Gewoonlijk wordt dit verdwenen koninkrijk aangeduid met de naam ‘Nulla Terra’, maar er zijn enkele theorieën die stellen dat dit het land Atlantis zou betreffen, andere noemen El Dorado, en weer andere menen dat het om het eiland Avalon zou gaan. Voor elk van deze voorbeelden valt wel wat te zeggen, maar doorslaggevende argumenten ten gunste van één daarvan zijn er niet.


Er bestaan geen directe bronnen over Nulla Terra, de bekendste secundaire tekst over dit onderwerp is afkomstig van Sigwind Primus, ook bekend als Sigwind de Kuische. Hij claimt dat de informatie die hij tot zijn beschikking had afkomstig was uit de tiende brief van Plato, maar dit is met geen mogelijkheid te controleren omdat het grootste deel van die brief verloren is gegaan; bovendien wordt de echtheid van deze brief ernstig in twijfel getrokken. De tekst van Sigwind over Nulla Terra is overigens incompleet.


Het bekendste voorbeeld dat Sigwind aanhaalt is de ‘niet gemaakte fout’ van de trap. De koning liep de trap van zijn paleis op, naar het bordes voor de hoofdingang. Hij was vermoedelijk in gedachten, want hij meende dat hij nog één trede te gaan had, maar hij bleek het bordes al bereikt te hebben. Zijn rechtervoet zweefde een moment een voet hoog boven het bordes, voordat hij besefte dat hij al ter plekke was aangekomen. Omdat dit uiteraard geen fout kon zijn, werd sindsdien door iedereen die een trap opliep vlak voordat de bestemming bereikt was, de rechtervoet omhoog gehouden, als in een soort danspas.


Een ander voorbeeld, dat eveneens heeft bijgedragen aan de folkloristische tradities van Nulla Terra, betreft het bestijgen van een paard. Nadat op een kwade dag de koning, die niet bekend stond als een bekwaam ruiter, bij het bestijgen van zijn paard er aan de andere weer vanaf viel, werd deze manier van het paard bestijgen als traditie ingevoerd. Iedereen die een paard besteeg, liet zich er eerst aan de andere kant weer vanaf vallen. Het volk wist hier een elegante klimbeweging uit te ontwikkelen.


Een andere keer liep de koning, vermoedelijk wederom in een verstrooide bui, een bergingskast in, in plaats van dat hij door de geëigende deur het vertrek verliet. Ook dit werd middels een koninklijk decreet traditie in het koninkrijk, er werden zelfs nieuwe kasten ontworpen in de kamers waar die ontbraken, om eerst een kast in te kunnen lopen alvorens het vertrek te verlaten.


Ernstiger was het feit dat de koning weinig talent had om namen te onthouden. Iedere keer als een persoon die hij al een keer eerder had ontmoet aan hem werd voorgesteld, sprak hij die persoon aan met een foute naam. Maar omdat de koning geen fout kon maken, werd dit de nieuwe naam van deze persoon. Deze gang van zaken maakte dat binnen de kortste keren iedereen in het land voortdurend een nieuwe naam had, met grote gevolgen voor de archieven van de burgerlijke stand, de postbezorging, en het innen van de belastinggelden. De administratie van het koninkrijk werd een complete chaos, met desastreuze gevolgen voor de schatkist. De economie van het rijk stortte in, er ontstond een hoge werkloosheid, en de misdaad nam zienderogen toe.

Maar wat verreweg de grootste catastrofe veroorzaakte was de afschaffing van het getal ‘nul’. Of het een ‘niet gemaakte’ fout betrof, of een bewust ingecalculeerde fout, is niet duidelijk. Sigwinds tekst vermeldt geen anekdote over het vergeten van een nul in een of andere berekening door de koning. Wel is er in zijn tekst duidelijk sprake van een doelbewust decreet om de neergaande lijn van de economie aan te pakken. Hiertoe moest er bezuinigd worden op de rijksbegroting, en de koning meende dat het afschaffen van het getal nul de beste manier was om dit te doen. Immers, zo was de gedachte, het afschaffen van één van de tien getallen zou moeten leiden tot een bezuiging van tien procent. Het grote voordeel van het afschaffen van het getal nul was bovendien dat dit getal toch niets waard was. Daarenboven, zo was de theorie, zou omdat het getal nul niet meer bestond, de schatkist nooit leeg zijn, er was immers geen getal meer dat die leegte uit kon drukken.


De gevolgen bleken volstrekt en absoluut rampzalig, het leidde uiteindelijk tot het volldedig in elkaar storten van het koninkrijk. Met het verdwijnen van het getal nul, verdween ook het begrip ‘niets’. Immers, als er ‘nul’ munten in kas zijn, dan zit er ‘niets’ in kas. Dit had tot gevolg dat als iemand gevraagd werd of hij iets had geproduceerd, deze niet kon zeggen dat hij ‘niets’ had geproduceerd, wat betekende dat iedereen altijd ‘iets’ produceerde. Dit leidde tot een enorme afbraak van de productie, want niets doen bleek desalniettemin niet te leiden tot het resultaat van nul productie. Dit had luiheid en apathie tot gevolg.


Blanco vellen papier werden afgeschaft, ofwel door ze onmiddellijk vol te kladden, het maakte niet uit waarmee, ofwel door ze te verbranden. Dit betekende dat het niet meer mogelijk was nieuwe teksten te maken, behalve door bestaande teksten woord voor woord te veranderen. Dat bleek uiteraard een zeer omslachtige methode om iets mee te delen. Nieuwe wetten en regels werden buitengewoon traag geformuleerd, als ze überhaupt al opgeschreven werden. Muziek bestond niet meer, althans, muziek met momenten van rust. Er moest altijd iets klinken, wat tot gevolg had dat elke muziek een vorm van ruis werd. De symbolen die de duur van een rust aangaven werden afgeschaft. Voor de musici van blaasinstrumenten was dit ondoenlijk, want rusten zijn noodzakelijk voor de ademhaling. Uiteindelijk werden ook de rust-symbolen uit de geschreven tekst afgeschaft, zoals de komma, de puntkomma en de punt, het vraagteken en het uitroepteken. Niemand kon meer ‘niets’ zeggen, dus het zwijgen werd afgeschaft, iedereen sprak continu door elkaar heen, er werd niet meer naar elkaar geluisterd.


Het is onduidelijk hoe lang het aftakelingsproces van het koninkrijk geduurd heeft, maar wel duidelijk is dat alles uiteindelijk was verdwenen; de economie, de geschiedenis, de taal, de kunst, de wetten, en tenslotte de naam. Daarom zal het geen verbazing wekken dat er nog een theorie is over Nulla Terra: een die stelt dat het rijk nooit bestaan heeft, dat het slechts een metafoor betreft van de (on)mogelijkheid om van niets ‘niets’ te maken; deze theorie raakt weer aan de opvatting dat Nulla Terra verbonden is met de opvattting over de Hof van Eden, het ‘niets’ is dan een messianistische opheffing van de tijd.

— J. Chr. de Vries, Bonnemort, 1 april 2024