De Levensboom 1 – Het Geheime Verhaal

parabels

De Levensboom 1 – Het Geheime Verhaal

J. Chr. de Vries

Voor Leo S.

Enkele weken geleden ontving ik een brief van de Zweedse kunsthistoricus Ole Viskrys. De brief verraste mij niet alleen omdat ik al jaren niets meer van hem had vernomen, maar ook vanwege de inhoud ervan. Hij schreef dat hij een onderzoek aan het doen was naar de relatie tussen de abstracte kunst en de wiskunde, wat hem al snel op het spoor bracht van de theosofie. In zijn onderzoek stuitte hij op een Duitse publicist genaamd Satur Losse. Deze Losse bleek enige tijd in de kringen van de Nederlandse filosoof Mathieu Schoenmakers verkeerd te hebben. Daar heeft hij één maal de schilder Piet Mondriaan ontmoet.


Viskrys vond in de nalatenschap van Losse een dagboek met aantekeningen van een gesprek dat hij bijwoonde tussen Schoenmaekers en Mondriaan; volgens Losse vond dit gesprek plaats in het najaar van 1916, in Laren. Het onderwerp van gesprek omvatte de begrippen ‘sterven’, ‘aftakelen’ en ‘ondergaan’, gebaseerd op Schoemaekers tekst ‘Overdenkingen’. In het dagboek waren twee woorden onderstreept: ‘objectmatig’ en ‘subjectmatig’, het eerste was met een pijl verbonden naar de begrippen ‘aftakelen’ en ‘ondergaan’, het tweede naar het begrip ‘sterven’. Daaronder stond de frase, eveneens onderstreept: Leeuwen Sterven. Op de pagina erna stond deze obscure zin: Leeuwen echter verkiezen een natuurlijke subjectmatigheid boven objectmatig ondergane machteloosheid.

Losse citeert in het dagboek de volgende zinsnede van Schoenmaekers: “U schildert in feite uw hele leven een boom. Deze boom kan ook abstracte vormen aannemen, want u schildert geen afbeeldingen maar weerbeeldingen.” ‘Of het citaat apocrief is of niet, zullen we nooit weten,’ voegt Viskrys eraan toe. In het dagboek bevond zich ook een apart vel papier, met daarop het volgende verhaal:

  • Lux Et Omnibus Secretum
  • Het eindige Teken, Geheim en Heldhaftig, een immense, messianistische, eindeloze Vertraging, een regelmatige herhaling als acrostichon laverend, bevat een verhaal; ach, tracht het eeuwige te eindigen? Een naarstige poging, laat of tijdig?
  • Stel: tijdige en late tekens dulden intens trage verhalen, een raadselachtige, heimelijke aandacht als louter lachwekkende of uitzinnige taal; echter: registreren verborgen regels achter geheimen een noodzakelijkheid?
  • Leiden eindige ideëen die eerst naderen, daarna in eeuwigheid verdwijnen, richtingloos als geen enkel naderend einde, raadselachtige grenzeloze eeuwigheid; nimmer stakende, nimmer aarzelende, aftakelende razernij tot ordeloze eeuwigheid?
  • Donker einde, ultiem, licht, tijdelijk, immens en meervoudig einde, verdraagt rechthoeken als aandacht geboren immer stervend, objectmatige feiten, het eindige teken vereist richting als geen enkele nacht, eindigend in naakte duisternis, in gene tijd.
 Als licht schijnt, hel en teder, eindigend in nakende dageraad, ieder geheim tekenend. Het ondergaan eindigt. Goed en slecht cirkelen hoog immers, en dalen traag; dalen in tekens.
  • Waarheid, een lichtende levensboom in cirkelende, herhalende tijd. Leidt onze ondergaande persoonlijkheid ten hemel? Een traag vragen, raadselachtig als geen enkel niets. Verhalen als subjectmatige tekens, in nietige, helse en tedere aftakelende boodschappen, stille of luide uitingen, traag eindigend. Niets uit licht, puttend uit nietige tijd.
  • Is stilte door illusie tanende waarheid? Aftakelende tijd? Wat is juist? Mag ons getekende einde naderen? Hopend op parelend, eeuwig niets?
  • Is stilte door illusie tanende waarheid? Aftakelende tijd? Wat is juist? Moet onze eindige tijd eindeloos naderen? Hopend op parelend, eeuwig niets?
  • Waarheid als aandachtig raadsel begrijpt en genereert in nietige tekens, de eeuwige waarheid. Aandachtig ademende rechthoeken, helden en ideeën dromend, een noodzakelijke waarheid als aandachtige rechthoeken. Dood, eeuwige illusie, liefdevol luisterend uit sterven in eeuwigheid.

Dit cryptische verhaal van Losse blijkt een verborgen tekst te bevatten. Het kostte mij vele uren voordat ik de sleutel vond, of eigenlijk sleutels, er zijn drie varianten van dezelfde sleutel. Viskrys schreef in zijn brief aan mij dat hij mij niet wilde beledigen om de sleutel te openbaren, hij ging er vanuit dat ik die zelf probleemloos zou vinden. Maar hij drukte mij op het hart om die sleutel nooit openbaar te maken, een geheime tekst dient eeuwig geheim te blijven; althans voor de leken, niet voor de wijzen uiteraard, voor hen blijft niets verborgen. Het valt te bezien of alle geheimen aan mij geopenbaard wensen te worden, maar het spreekt vanzelf dat ik er niet aan zou kunnen ontkomen aan zijn wens te voldoen.

Viskrys schreef verder niets over zijn onderzoek, ook niet of, en in welke mate, hij het dagboek van Losse ervoor gebruikt heeft. Ik heb hem bedankt voor zijn verhaal, en wat beleefd en obligaat commentaar gegeven. Gisteren ontving ik van hem een tweede, korte, brief. Hij schreef dat Losse de derde echtgenoot was van zijn Duitse grootmoeder. Dat was de reden dat hij tamelijk eenvoudig over het dagboek kon beschikken, dat lag opgeslagen in het buitenhuis van zijn grootmoeder dat nog steeds familiebezit was.

Wat ik Viskrys niet schreef, was dat ik het verhaal weliswaar een interessante taalkundige oefening vond, maar dat ik weinig ophad met de theosofische rimram. De spanning tussen de artistieke expressie en logische structuren vond ik echter dermate interessant, dat ik een nieuw verhaal overwoog, waarin ik zou proberen dit thema uit te werken. Is de ‘levensboom’ van Mondriaan ‘anekdotisch’, of juist ‘mythisch’?

— J. Chr. de Vries, Den Haag, 18 januari 2023