Madame de Façon [2001]

— Geschreven in 2001 voor Gerard Bouwhuis (piano) en Heleen Hulst (viool)
uitvoering: 2010, Avaton Music Festival, geprogrammeerd door Anita Tomasevich

De titel verwijst naar een van de basse danses die werd genoemd in een 16e-eeuws manuscript over een hoffeest dat in 1445 in Nancy werd gehouden. De basse danse was een langzame hofdans waarbij de verschillende passen, zoals pas simple, pas double, levée, etc., vaststonden, maar waarbij de volgorde en het aantal passen vrij waren. Elke basse danse had dus zijn eigen structuur. De muziek waarop werd gedanst, was gebaseerd op een cantus firmus waarop snellere melodieën konden worden gespeeld, mogelijk ook geïmproviseerd.

De structuur van Madame de Façon is gebaseerd op de passen die werden gebruikt in de basse danse die in het manuscript wordt genoemd (de exacte betekenis van de verschillende passen is echter niet volledig zeker):

  1. Révérence, een buiging voor de dame aan het begin van de dans;
  2. Pas Simple, enkele pas, waarschijnlijk: linkervoet naar voren, rechtervoet erbij;
  3. Pas Double, dubbele pas; waarschijnlijk: linkervoet, rechtervoet, weer linkervoet en rechtervoet erbij;
  4. Pas Menus, waarschijnlijk: enkele pas naar achteren;
  5. Capriole, het manuscript vermeldt “sprongen”, dus ik heb de term “capriole” gebruikt, wat de term was voor een hoge sprong;
  6. Démarche, of “reprise”, naar achteren gaan;
  7. Congé, betekent “afscheid”.

Thoinot Arbeau, een 16e-eeuwse dansmeester die zijn beroemde Orchésographie schreef over de passen en danstechnieken van de basse danse, beschrijft dit als het afscheid van de dame door de heer, waarbij hij een buiging maakt en haar hand vasthoudt terwijl ze terugkeren naar de plaats waar de dans begon.
Cornelis de Bondt [2001]