Een Nieuwe Mythologie
De verkiezingswinsten van extreem-rechtse partijen, van ondermeer Wilders in Nederland, Trump in de VS, Orbán in Hongarije, Meloni in Italië, en vooral de link met miljardairs als Musk en Zuckerberg, leiden tot welhaast wanhopige pogingen deze mondiale ruk naar rechts te analyseren.
In een artikel in de NRC van 17 jannuari j.l. poogt Bas Heijne het fenomeen te verklaren, met als voornaamste vaststelling dat de extreem-rechtskiezer geen proteststemmer is, zoals vanuit linkse hoek vaak wordt betoogd, want wat als “de uitstraling en ideologie van Trump, Wilders en de hunnen nu domweg aantrekkelijker worden gevonden?” Tja, hoe dan? Wat is er zo aantrekkelijk aan die extreem-rechtse mythologie? Het enige argument dat Heijne aanvoert is psychologisch van aard. Zowel de rechterkant (“kooivechters”) als de linkerkant (“snowflakes”) accepteert geen algemene grenzen meer, het ‘ik’ bepaalt alles, van beide kanten is dat “een vorm van narcisme”. Maar waar komt dit narcisme vandaan? Er staat iets over een miljardair (Thiele), maar nergens wordt er ingegaan op de macht van al dat kapitaal, op de invloed van Musk en Zuckerberg, die via hun digitale platforms een enorme invloed hebben op politici en hun beleid.
De parallel met de Franse Revolutie die Heijne maakt is op zichzelf genomen interessant. Een verdere uitwerking daarvan zou wellicht verhelderend kunnen zijn. Ik denk hierbij aan de figuur Jacques Necker, een Zwitserse staatsman en bankier die minister van Financiën van Frankrijk was in 1789. Zijn ontslag leidde direct tot de bestorming van de Bastille. Een van de aanleidingen voor de Revolutie was een enorme staatsschuld, die nog werd vergroot door de druk van steeds hogere rentepercentages. Musk/Trump/Zuckenberg/Necker: Follow the money.
Naast het financiële aspect, dat van fundamentele betekenis was in die Revolutie, was er nog de nieuwe mythologie. Romantische dichters en denkers als Schlegel, Fichte, Schleiermacher en Schiller 1) pleitten in navolging van (of antwoord op) de Franse Revolutie voor een ‘revolutie van de geest’. Safranski citeert de volgende zin uit een tekst uit 1797, waarvan onduidelijk is wie de auteur is, Schelling, Hegel of Hölderlin: “Allereerst zal ik hier een gedachte bespreken die voor zover ik weet nog bij geen mens is opgekomen — we zouden een nieuwe mythologie moeten hebben, maar die mythologie moet in dienst staan van de ideeën, het moet een mythologie van de rede worden.” 2) Dit romantisch idealisme werd de nieuwe mythologie van Europa, hoewel het, zoals Safranski aangeeft, ‘een Duitse affaire’ was.
Een aantal jaren geleden sprak ik met Cristiano Melli, een Braziliaanse oud-student van mij, over mijn plan de kunst terug te trekken uit het publieke domein, om haar in het private domein opnieuw uit te vinden. Zijn commentaar was dat dit uiteindelijk ontoereikend zou zijn, “we hebben behoefte aan een nieuwe mythologie”. Hij gaf het voorbeeld van Bolsonaro, op dat moment nog de president van Brazilië. Na een vergadering met zijn ministersploeg liep hij naar buiten waar een groep journalisten hem stond op te wachten. Bolsonaro had een tros bananen bij zich, om die aan de pers uit te delen. Een banaan heeft in de Braziliaanse cultuur dezelfde betekenis als wat wij doen als we de bovenarm met gebalde vuist omhoog houden, om daarmee een welgemeend Fuck You te articuleren. Iedereen begreep de metafoor van de tros bananen, en iedereen, de journalisten incluis, vond het geweldig grappig.
Die Bolsonaro begreep op welke mythologie zijn kiezers zaten te wachten. Links kan hier het een en ander van leren. En de kunstenaars eveneens. Dat is het probleem van de kunst geworden, vastgeklonken in kleine, gesloten niches, waarbinnen iedereen de kleine mythetjes begrijpt, en tegelijkertijd geen problemen heeft met het ontbreken van een overkoepelende betekenis over wat kunst is en wat het doet.
Is het eigenlijk wel mogelijk, een nieuwe mythologie uitvinden? Is daar een receptenboeek voor? Constant Nieuwenhuis heeft het geprobeerd in de jaren vijftig tot zeventig, met zijn project ‘Nieuw Babylon’. In kunstkringen vond men het geweldig, maar ik vrees dat Wilders c.s. er niets mee hebben. Een mythologie moet ontstaan, vanuit (voor de kunst) een artistieke handeling, die groter is dan de individuele kunstenaar, als Gestalt, dus groter dan de som der delen. Laat ik proberen daar een richting voor aan te geven.
In ons land is in de tweede helft van de vorige eeuw een omvangrijk sociaal vangnet gecreëerd, via de AOW, het zorgstelsel, de WAO, het minimumloon, huursubidies voor de laagst betaalden en werkloosheidsuitkeringen. ‘Van de wieg tot het graf’ was het adagium. Dit systeem, waar ze in de VS een puntje aan kunnen zuigen, heeft echter een keerzijde, er is een taboe op het nemen van risico ontstaan, al ons handelen is uiteindelijk een vorm van risico-management. Dit heeft gevolgen voor ons denken: we hebben afgeleerd om groots en visionair te denken. ‘Gezelligheid kent geen tijd’, leidt ertoe dat we gefocust zijn op het kleine. Ergens onderweg hebben we afstand van genomen van het idealistische, romantische project. Misschien om een goede reden, maar misschien ook niet.
Mythologieën kunnen veranderen, verdwijnen of uitgevonden worden, maar het kan geen kwaad deze ontwikkelingen kritisch te benaderen. ‘Sensitivity readers’, een overdaad van opgedrongen politiek-correcte beleidspunten in het kunstbeleid, het afwijzen van een universeel smaakoordeel, dit alles is het articuleren van het kleine denken, en dat is niet waar het romantisch idealisme over ging. Daar gaat het over het oneindige, de chaos, kunst en leven als een Gestalt. Safranski citeert een fragment uit het Athenäum-fragment nr. 116 van Friedrich Schlegel: “De romantische poëzie is een progressieve, universele poëzie. […] Zij wil en moet […] poëzie en proza, genialiteit en kritiek, kunstpoëzie en natuurpoëzie nu eens vermengen, dan weer met elkaar versmelten, de poëzie levend en maatschappelijk en het leven en de maatschappij poëtisch maken.” 3) De dichter dicht de wereld.
We moeten weer leren risico’s te omarmen, een mythologie van risico ontwerpen. Visionair denken betekent risco’s nemen. De hamvraag is: heeft deze mythologie levensvatbaarheid, en wanneer dit niet het geval is, wat is dan de consequentie? Kiezen we voor de kleinburgerlijke middelmaat?
Wat mij betreft zijn er twee sporen die we zouden kunnen (en moeten) volgen en analyseren: dat van het kapitaal, en dat van de mythologieën — meervoud, want er zijn er meerdere. Tegenover de mythologie van het kapitalisme moeten wij een progressieve mythologie van de Gestalt van leven en kunst plaatsen, een mythologie die de extreem-rechtse mythologie van bekrompenheid en angst blootlegt en ironiseert.
Maar, zo zou je je kunnen afvragen, wordt deze ‘nieuwe’ mythologie dan niet een herhaling of variant van de romantische mythologie, een soort romantische mythologie 2.0? Dat moet nu onderzocht worden, en ook de vraag wat daar eigenlijk mis aan zou zijn.
Begin jaren tachtig zat ik voor het eerst in lange tijd weer eens in een bioscoop, ik weet niet meer voor welke film, maar het was een of andere actiefilm of thriller. De bedoeling was in ieder geval dat het spannend was. Wat schetste mijn verbazing toen bij een spannend bedoelde scene de hele zaal in een bulderlach uitbarstte. Wat als spannend en gruwelijk bedoeld was, bleek een uitermate komische uitwerking te hebben. Terwijl, zoveel was zeker, dat niet beoogd was door de filmregisseur.
De filmindustrie intussen begreep binnen de kortste keren dit soort reacties van het publiek. Enkele jaren later, in 1985, speelde Roger Moore in wat zijn laatste James Bond-film zou zijn, A View to a Kill. Hij wilde die film eigenlijk niet meer doen, maar werd ertoe overgehaald geholpen door een vorstelijk salaris. In een beroemde scene skiet Bond in een bobsleebaan, achtervolgd door schietende vijanden. In deze scene, die overduidelijk nep is, Moore is zichtbaar voor die bobsleebaan geprojecteerd, zien we op een gegeven moment een close-up van Moore, nadat hij even een blik naar zijn achtervolgers had geworpen, kijkt hij recht in de camera, met een brede smile die zegt: Ik verdien hier een miljoen dollar mee! De mythologie van de film werd soepeltjes gewijzigd.
Wat we hier in ieder geval van kunnen leren is dat een mythologie spelenderwijs veranderd kan worden, in een spel tussen makers en publiek, maar ook, en dit moet vooral links zich aantrekken, dat het per oekaze wijzigen van de regels alleen maar het tegenovergestelde effect zal hebben. De nieuwe mythologie moet niet een kopie van een oude worden, zij moet spelenderwijs ontstaan.
— Cornelis de Bondt, 20 januari 2025
Noten
1) Zie ook: Friedrich Schiller, Brieven over de esthetische opvoeding van de mens.
2) Rüdiger Safranski, Romantiek een Duitse affaire [Hoofdstuk 8]
3) Rüdiger Safranski, Romantiek een Duitse affaire [Hoofdstuk 3]