La Recta Musica
La recta música y las rectas palabras […] que custodio en la torre.
Het Asko|Schönberg-ensemble kiest vanaf het seizoen 2025/26 voor een nieuwe naam: ‘Het Muziek’. Volgens het persbericht is de nieuwe naam ontstaan uit een ‘creatief proces’ in samenwerking met een trendy designbureau, waarbij de ‘artistieke missie als leidraad diende’.
De artistiek directeur legt uit: “De naam ‘Het Muziek’ klinkt misschien eenvoudig, maar is juist radicaal in z’n helderheid. Het schuurt. Het zet muziek centraal als concept, als kracht, als vrijplaats. En het is tegelijk open, uitnodigend en gelaagd — net als wij.”
‘Het Muziek klinkt misschien eenvoudig…’ Probeer dat maar eens in het Engels uit te leggen. Niet doen! waarschuwt Gerard Reve nog in zijn onvolprezen ‘Zelf schrijver worden’, onvertaalbare woordgrapjes kun je maar beter vermijden als je internationaal aan de weg wilt timmeren.
Wat die ‘artistieke missie’ is wordt alleen toegelicht met een aantal vrijblijvende statements, ‘Muziek centraal als concept’, ‘open, uitnodigend en gelaagd’ — ja, dat zal allemaal wel, dergelijke slogans kennen we al sinds ‘The Real Thing’ van Coca Cola.
Dat is het probleem als je met managers in zee gaat, die menen dat de inhoud van je artistieke praxis er alleen is voor de vorm. Het wordt nooit specifiek.
— § —
Bovenstaand citaat — De zuivere muziek en de zuivere woorden […] die ik bewaak in de toren — komt uit het gedicht El guardián de los libros [De bewaker van de boeken] van Jorge Luis Borges.
- La verdad es que nunca he sabido leer,
Pero me consuelo pensando
Que lo imaginado y lo pasado ya son lo mismo.
- De waarheid is dat ik nooit heb kunnen lezen,
Maar ik troost mij met de gedachte
Dat het verbeelde en het gebeurde inmiddels hetzelfde zijn.
In de Romantiek is poëzie niets minder dan het verbeelden van de wereld, en het romantische was in de vorige eeuw nog volop aanwezig. Niet voor niets had de progressieve regering Den Uyl van de jaren ’70 ‘De verbeelding aan de macht’ als parool. De opkomst van de ensemblecultuur van die tijd en de jaren erna was een romantische daad. En, het waren de componisten die hier het voortouw namen. Ondermeer Het ASKO Ensemble, Schönberg Ensemble, Orkest de Volharding, Nieuw Ensemble, Ives Ensemble, LOOS Ensemble, en Hoketus werden gecreëerd als artistiek antwoord op een muziekpraktijk die beheerst werd door orkesten en opera, op basis van persoonlijke betrokkenheid en avontuur, tegen de klippen op net zolang schuren tot er iets moois ontstond.
- Los tártaros vinieron del Norte,
[…]
Inocentes como animales de presa,
Crueles como cuchillos.
- De Tartaren kwamen uit het Noorden
[…]
Onschuldig als prooidieren
Wreed als messen.
In de tweede helft van het eerste en het begin van het tweede decennium van deze eeuw werden eerst de meeste van de ensembles uit de structurele subsidie verwijderd, en daarna de meeste opdrachtvormen voor de componisten. Alles moest wijken voor de Neoliberale Droom, die poëtische waarheid vervangt door de macht van de markt. Onder het mom van ‘cultural governance’ moesten componisten en musici wijken voor managers.
— § —
Niet alleen de muziekpraktijk, maar ook het muziekonderwijs werd aan deze macht onderworpen. Op het Koninklijk Conservatorium, waar ik heb gestudeerd en jarenlang lesgegeven, werd vanaf het begin van deze eeuw stapsgewijs het beleid aangepast aan het neoliberale denken. De zogenaamde Bologna-akkoorden uit 2006 waren hiervoor een cruciaal instrument. De onderwijsinstituten werden meer en meer onder curatele van de accreditatiecommissies geplaatst. Het voldoen aan de accreditatie-eisen werd een speerpunt van het schoolbeleid, en met allerlei kunst & vliegwerk probeerden de docenten in de klas de inhoud veilig te stellen voor de formele buitenkant. Het management gaf daar overigens aanvankelijk voldoende ruimte voor, het is uiteindelijk een kwestie van handig formuleren. Maar de druk werd in het tweede decennium steeds groter, en de ruimte voor een flexibele inhoud navenant kleiner. Dit proces werd in hevige mate versterkt door de eis van ondernemerschap.
Studenten worden inmiddels als consumenten beschouwd, de conservatoria als elkaars concurrenten. Nieuwe docenten krijgen contracten aangeboden in plaats van vaste aanstellingen, vaak met kleine banen. De betrokkenheid van zowel studenten en docenten bij het instituut wordt hierdoor steeds kleiner. Werkelijke, inhoudelijke kritiek kan zo comfortabel worden weggemoffeld achter ‘consumentenkritiek’; ieder jaar wordt er een ‘studententevredenheidsonderzoek’ gehouden waar iedereen m.b.v. een vijfpuntensysteem een waarde kan toekennen, bijvoorbeeld aan een onnozele vraag als ‘Wat vindt u van de les als geheel?’ Antwoord: 1, 2, 3, 4 of 5. Nadat de enquête is omgezet in een enorm boekwerk met nietszeggende grafieken volgen er conclusies die op gekleurde velletjes op de binnenkant van de toiletdeuren worden gehangen: “Het resultaat van de enquête heeft geleid tot het plaatsen van een magnetron in de kantine!” Iedereen tevreden. En het Conservatorium kon een bordje naast de ingang ophangen waarop stond “Excellente school 20##”. In plaats van studenten leren kritisch na te denken, worden ze gestimuleerd studiepunten te verzamelen en lijstjes in te vullen.
— § —
De muzikale ‘Bewaker van de Boeken’ was zonder twijfel Reinbert de Leeuw, de godfather van de ensemblepraktijk. In de necrologie van 14 februari 2020 van het Koninklijk Conservatorium stond twee intrigerend zinnetjes: Zijn overlijden markeert, zo lijkt het, het einde van een tijdperk. Het is aan allen die door hem zijn geïnspireerd, het tegendeel te bewijzen. Het ontbreken van een komma achter het woordje ‘die’ van de laatste zin, geeft de afstand aan die het management van Reinbert de Leeuw had genomen. [Zie ook: De Komma.]
Ook ASKO|Schönberg neemt met zijn nieuwe naam afstand van de Bewaker. Men had ervoor kunnen kiezen in de nieuwe naam naar hem of zijn gedachtengoed te verwijzen, om aan te geven dat het verbeelde en het gebeurde met elkaar verweven zijn. Maar niets van dit alles, de naam mag in het Nederlands een beetje schuren, maar de artistieke praktijk moet vooral gezellig blijven.
Uiteraard is er een verband tussen het steeds verder afkalven van het kritische denken in het kunstonderwijs en het schaapachtig volgen van de door de overheid opgelegde, en het door de fondsen nagevolgde neoliberale kunstbeleid. Componisten, musici, docenten en studenten volgen de bestaande orde, in plaats van het heft in eigen handen te nemen en die orde te veranderen en te maken. Op de digitale platforms zie ik trotse reacties voorbijkomen van componisten en musici als ze een goede recensie hebben gekregen, en dat zij daar zelfs de schrijver ervan voor bedanken. Het is de omgekeerde wereld, een wereld van plattitudes en gezeglijkheid, waarin het kritisch denken onschadelijk is gemaakt.
In het fragment over de ‘Tartaren uit het Noorden’ staat (in het Spaans) de zin “Inocentes como animales de presa,” waarvan ‘animales de presa’ steevast in alle vertalingen die ik ervan gezien heb vertaald wordt als ‘roofdieren’. Maar dat klopt niet, ‘animales de presa’ zijn ‘prooidieren’, dus de dieren waarop gejaagd wordt.
Misschien waren wij componisten, musici, docenten en studenten in de tijd van de Verbeelding wel roofdieren, en zijn wij in de afgelopen decennia onze moed, onze passie en onze verbeeldingskracht kwijtgespeeld, en gedegenereerd tot onschuldige prooidieren.
— Cornelis de Bondt, 22 april 2025