Roman, Verhaal, Plot

etudes

Roman, Verhaal, Plot

J. Chr. de Vries

Mijn geheugen bedriegt mij steeds vaker, en wel omgekeerd evenredig met de toenemende kracht van mijn verbeelding. Of het een essay betrof of een verhaal, van die Argentijnse geweldenaar, een roman was het zeker niet, want daar deed de schrijver niet aan; in ieder geval gaf hij erin te kennen dat hij La divina comedia het allerbeste werk uit de literatuurgeschiedenis vond. Hij las en herlas het vele malen. In een andere tekst, een verhaal, of eigenlijk, een toelichting daarop, schreef hij het volgende:

Een uitputtende, aftakelende dwaasheid: schrijven van omvangrijke boeken; honderden pagina’s uitweidend over een idee dat prima in slechts enkele minuten mondeling uitgedrukt kan worden. […] Wijzer, ongeschikter en luier als ik ben, heb ik gekozen voor het maken van aantekeningen in denkbeeldige boeken.

Borges zou La divina comedia nooit hebben kunnen (of willen, dat is de vraag) schrijven, maar wellicht kunnen we El Aleph als zijn variant (of respons) erop beschouwen, een contrapunt van zo minimaal mogelijke omvang over de zoektocht naar zijn geliefde Beatriz.

Ik bevind mij achter een werktafel in een enorme, in goud licht badende bibliotheek, en ik denk na over de tekst uit eerder genoemde toelichting. Hoewel dat licht, en zelfs die bibliotheek, slechts het product van mijn verbeelding zou kunnen zijn, de vragen die ik had waren werkelijk: Als de roman het ornament van het verhaal was, zou dit verhaal dan het ornament van de plot zijn? In El Aleph komen uiteindelijk twee Alephs voor, zouden dit de twee ogen van Beatriz kunnen zijn, de twee ‘Nebensonnen’ uit Schuberts Winterreise door welke wij de kosmos in haar volle omvang waarnemen? Is dat de uiteindelijke plot?

— J. Chr. de Vries, Loosduinen, 29 februari 2024