Stream of Consiousness

etudes

Stream of Consiousness

J. Chr. de Vries

Een knappe man van een jaar of veertig, met kort blond haar en een getrimd baardje, wandelt over straat. Hij kijkt naar een knappe jonge vrouw die aan de overkant van de straat een tiental meters voor hem loopt. Zij draagt een nauwsluitende lange jurk, die haar figuur perfect articuleert. De man steekt over en loopt achter haar aan. Ze verdwijnt om de hoek, en de man versnelt zijn pas. Wanneer ook hij de hoek omgaat blijkt ze spoorloos verdwenen. Hij ziet een terras.

De vrouw was in haar Audi Q3 gestapt en weggereden. Na honderd meter stopt zij voor een ouder echtpaar dat de straat oversteekt, de vrouw zit in een karretje dat een kruising is tussen een rollator en een rolstoel. De man duwt het gevaarte. De vrouw in de auto denkt na over de vergankelijkheid van het leven, lopend op straat was ze blij met haar leeftijd, ze genoot van haar lijf, maar nu schrikt ze van haar voorland. Het zal alleen maar minder worden.

Het oudere echtpaar is een steegje in gegaan. De man duwt het karretje rustig voort, maar stopt abrupt als hij een Marokkaanse jongen van een jaar of zestien met een baseball-petje op hen af ziet komen. Hij is bang voor de jongen en duwt het karretje zo dicht mogelijk tegen een van de huizen aan. Hierdoor wankelt het karretje, de boodschappentas valt eraf en de inhoud rolt over de grond. De jongen snelt op hen af en stopt de boodschappen terug in de tas.

Nadat de jongen de boodschappentas weer op het karretje had gezet, en het echtpaar beleefd had gegroet, loopt hij de steeg uit. Hij slaat rechtsaf en ziet een jonge sexy vrouw in een superstrakke spijkerbroek aan de overkant over de stoep lopen. Zijn mond valt open, hij voelt zijn hormonen door zijn lijf gieren. Impulsief steekt hij snel de straat over, in een poging haar in te halen. Maar hij is te laat, hij ziet hoe ze een bus is ingestapt die meteen wegreed.

De jonge vrouw kijkt half mijmerend uit het busraam. De jongen met de baseball-pet was haar totaal niet opgevallen. Maar even later, als de bus stopt bij een halte, kijkt ze in de ogen van een donkere gespierde man met een afro-kapsel, die bij de halte staat te wachten. Ze kan haar ogen niet van hem af houden. Ze onderdrukt de neiging om uit te stappen, maar wel met enige moeite. De man kijkt haar heel even aan, draait zich om en loopt weg.

De afro-man had weinig aandacht aan de vrouw in de bus geschonken, hij zag haar wel kijken, maar was niet in haar geïnteresseerd. Dat is niet vreemd, de afro-man valt op mannen. Hij was even daarvoor uit een andere bus gestapt, en loopt nu in de tegengestelde richting van de bus met het meisje. Hij slaat een hoek om en ziet verderop een terras. Hij wilde eigenlijk doorlopen, maar merkt een man op aan een tafeltje, hij vindt hem dermate aantrekkelijk, dat hij stopt.

De man aan het tafeltje is een blonde man van een jaar of veertig, met een getrimd baardje. Hij schenkt geen aandacht aan de donkere man die zich aan het tafeltje naast hem zet, staat op, en wandelt rustig de straat in.

— J. Chr. de Vries, Loosduinen, 29 februari 2024