De Techniek van de Schoonheid [1]

tvds

De Techniek van de Schoonheid [1]

— Hoe de hazen lopen

La verdad es que nunca he sabido leer,
Pero me consuelo pensando
Que lo imaginado y lo pasado ya son lo mismo.

De waarheid is dat ik nooit heb kunnen lezen,
Maar ik troost mij met de gedachte
Dat het verbeelde en het gebeurde inmiddels hetzelfde zijn.

El guardián de los libros [De bewaker van de boeken] – Jorge Luis Borges

Uit aantekeningen van Cornelis de Bondt:

— 18 mei 2013

Ik zag net op internet dat de nieuwe versie van het Amerikaanse handboek voor psychische aandoeningen, DSM-5, vandaag was uitgekomen. Precies vier maanden na mijn acties in het Stedelijk Museum, het Concertgebouw en het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam – acties waarmee ik de basis wilde leggen voor een onderzoek naar de juridische status van genoteerde muziek en daarmee naar de essentie van ons muzikale erfgoed. De acties waren onderdeel van een her-uitvinding van mijn eigen muziekpraktijk, en zij waren uiteraard ingegeven door het zowel rancuneuze als onnozele kunstbeleid van de toenmalige Nederlandse regering, en de slaafse volgzaamheid van de kunstinstituten. Bovendien kreeg ik net een e-mail binnen van een zekere Taunis Haas, met in de bijlage een brief die mij om nog onduidelijke redenen verontrustte.

Het zijn niet de feiten die op zichzelf een teken vormen, maar onze interpretatie ervan.
De aanhef van zijn brief trof mij onmiddellijk, ik zal die daarom in de oorspronkelijke taal weergeven, want hij vormt de magistrale metafoor van zijn in latere brieven verder uitgewerkte kwestie van vertalingen: “Sehr geehrter Herr De Bondt, mein Name ist Haas.”

‘Mijn naam is Haas’ – ik was meteen in opperste verwarring, was dit ironie, een grap? De uitdrukking mijn naam is haas (een uitdrukking die zoiets betekent als ‘ik weet hier niets van’, ‘ik heb niets gezien, was er niet bij’, kortom een excuus om zich afzijdig te houden) is afkomstig uit het Duits. De anekdote van de herkomst van de uitdrukking gaat als volgt: Victor von Hase, een Duitse rechtenstudent uit Heidelberg, hielp in 1855 een medestudent, die in een duel zijn rivaal had gedood en om aan vervolging te ontkomen naar Frankrijk wilde vluchten, door hem zijn studentenlegitimatiekaart te geven om daarmee de grens over te komen. Bij de administratie van de universiteit gaf hij aan dat hij zijn kaart had verloren. De schietgrage student wist inderdaad naar Frankrijk te vluchten, maar verloor daar de legitimatiekaart. De kaart werd gevonden en teruggestuurd naar de universiteit van Heidelberg. Hase moest zich vervolgens voor de rechtbank verantwoorden hoe die kaart in Frankrijk terecht was gekomen. Om zich uit deze kwestie te redden gebruikte hij de volgende juridische formule: “Mein Name ist Hase, ich verneine die Generalfrage, ich weiβ von nichts.” (“Mijn naam is Hase, ik ontken betrokkenheid bij het ten laste gelegde, ik weet van niets.”)

Heeft Haas bewust een woordspeling bedoeld, of was de verwijzing naar de uitdrukking louter toeval, zijn naam ‘Haas’ betekent immers niet ‘haas’ in het Duits, want dat is ‘Hase’. De dubbelzinnigheid van zijn aanhef werkt dus alleen in het Nederlands. Was hij zich hiervan bewust?
Ik besloot de brief te vertalen, in de ijdele hoop het gevoel van onrust te bedwingen.

Zeer geachte Heer De Bondt,

Mijn naam is Haas. Ik ben een Duitse musicoloog en publicist, en ik zoek contact met U om een aantal voor mij, en hopelijk ook voor U, dwingende kwesties te bespreken op het gebied van kunst en cultuurpolitiek, met nadrukkelijk ook Uw werk en visie als uitgangspunt. Ik heb van Uw acties rond de bezuinigingen op de kunsten vernomen, en dit heeft mijn interesse in U gewekt.

In het bijzonder, maar dat is anekdotisch, vormt Uw compositie “Beethoven is Doof” de eerste aanleiding tot mijn voorstel. Ik zie het als een studie naar het wezen van ‘vertaling’, en daarmee groter: naar de essentie achter de dichotomie van vorm en inhoud. Een onbeholpen onderscheid, dat desondanks niet uit te roeien is. Niet alleen de hoofdtekst, die tweeledig is, maar ook het feit dat de originele laag, ik doel uiteraard op de tekst van Boulez, door U naar het Nederlands vertaald is. Bovendien is er dat ene fragment in de tekst van Boulez, het Schönberg-citaat, dat om de een of andere reden, op meerdere manieren is vertaald van Duits naar Frans, en weer terug naar het Duits, maar ook naar het Engels. Het laat intrigerende misverstanden zien, die het probleem van vorm en inhoud op een schitterende wijze aan het licht brengt. Dit brengt mij tevens op een interessante kwestie, door Richard Wagner in zijn beruchte tekst “Das Judentum in der Musik” gekarakteriseerd als het “Wat en Hoe” [“Was und Wie”], waarmee het vraagstuk van vorm en inhoud dus gekoppeld wordt aan de zaak van esthetiek en moraal. En dit leidt tot een voor mij onbegrijpelijk raadsel – ik ben benieuwd naar Uw commentaar: hoe is het mogelijk dat het Nederlandse muziekleven, dat internationaal werd geroemd om zijn veelzijdige ensemblecultuur, zich als makke schapen heeft laten afserveren door die barbaren uit de regering en de instituten, die in plaats van die cultuur te koesteren, haar tot de grond toe afbraken? Dezelfde kunstenaars, componisten en musici, die deze cultuur vanaf eind jaren zestig hebben opgebouwd en ontwikkeld? Vanwaar deze volgzaamheid, gebrek aan solidariteit en visie?

Ik houd het kort, om een beeld te geven, maar uiteraard zal ik, wanneer U op mijn verzoek wilt ingaan, nadere informatie over mijzelf verschaffen en ideeën, opvattingen en vragen aan U voorleggen, waarover wij dan van gedachten kunnen wisselen. Ik hoop van harte dat U op mijn voorstel wilt ingaan!

Mit vollkommener Hochachtung,

—Taunis Haas