Wat te doen?

commentaren

Wat te doen?

Handel zo alsof de maxime van jouw handeling door jouw wil tot algemene natuurwet moest worden.
Kant, Fundering voor de metafysica van de zeden [Het ‘categorische imperatief’]

De leuze “Vrijheid van kritiek” is tegenwoordig ongetwijfeld het meest in de mode, een leuze die in de discussies tussen de socialisten en democraten van alle landen het meest wordt gebruikt. Op het eerste gezicht kan men zich moeilijk iets wonderlijkers bedenken dan dit plechtige beroep van één der discussiërende partijen op de vrijheid van kritiek. Zijn er soms uit de vooraanstaande partijen stemmen tegen deze in de meeste Europese landen bestaande constitutionele wet opgegaan, die de vrijheid van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek waarborgt? “Hier is iets niet in orde!” — zal ieder buitenstaander tot zichzelf moeten zeggen, die deze allerwegen herhaalde mode-leuze heeft vernomen, maar die nog niet tot het wezen van de meningsverschillen tussen de discussiërenden is doordrongen. “Deze leuze is blijkbaar één van die conventionele woordjes, die zich door het gebruik als bijnamen inburgeren en bijna tot soortnamen worden.”
Lenin, Wat te doen? [1. Dogmatisme en “vrijheid van kritiek” (1902)]

1. Inleiding

Met de climax in het drama in het Midden-Oosten worden de ‘debatten’ op de sociale media steeds heftiger, persoonlijker, en daarmee irrationeler.

Op 20 juni j.l. plaatste ik een reactie naar aanleiding van een van deze woordenwisselingen, en kondigde daarin aan om die verder uit te werken:

Misschien is de ironie mij ontgaan, maar volgens mij is er geen enkele staat die Iran dit recht [op zelfverdediging] ontzegt, het staat ergens in een manifest van de VN.
Heeft Iran het recht een fatwa over Salman Rushdie uit te vaardigen, om hem te (laten) doden?
Heeft Iran het recht homo’s op te hangen aan een hijskraan?
Oké, de bevolking van Iran wordt gegijzeld door een leger infantiele ayatollahs.
Zoals Israël wordt gegijzeld door een stel infantiele rabbi’s.
Zoals de ‘god-save-the-us-of-america’ wordt gegijzeld door infantiele christenhonden.
En zoals wij infantiele brave, al te gezellige burgers worden gegijzeld door een stel miljardair-bedrijven.
Misschien moeten we een keer stoppen met het risicoloos voor de Bühne tegen elkaar uitspelen van rabiate teringlijers vanuit onze al dan niet comfortabele ironiefauteuils, en een plan bedenken hoe we ons op een doeltreffende wijze kunnen verweren. Dat is geen sinecure, maar dat de hele tijd het ‘eigen gelijk halen’ is een knoeiboel.
“Wat te doen?”
Dat ga ik uitwerken. En ik zal proberen een advies in de trant van Lenin te vermijden: “Communisme mag niet gepaard gaan met een onbevredigd liefdesleven”, want dan mag er om te beginnen iets niet.

Dit wordt geen poging om uit te leggen wat er aan beide kanten van het conflict mis is (Israël versus Hamas/Hezbollah/Iran) — ik zal trachten uit te zoomen en de problemen die ik ervaar in de discussies in de diverse media in kaart te brengen, en vooral tot een diagnose te komen van wat er aan die discussies mis is. In de voetsporen van Immanuel Kant, niet uitleggen wat de ‘Wet van Archimedes’ precies inhoudt; welk gedrag ‘goed’ is en welk ‘fout’; welk kunstwerk mooi is, en waarom. Hij gaat een niveau dieper (of hoger) en probeert de voorwaarden en condities in kaart te brengen van ons denken, onze morele keuzes en onze oordelen. Dus niet wat op zichzelf een juist oordeel is, maar hoe dit oordeel tot stand komt. Hij noemt die kritiek (analyse) ‘trancendentaal’.

Mijn tekst is alles behalve een finale tekst, leidend tot een doorwrochte slotconclusie; het is zoeken, en misschien, om Rancière’s Onwetende Meester te citeren: niet vinden wat we verwachten te zullen vinden, maar wel altijd iets vinden.

Op dit moment zijn er wat mij betreft twee hoofdproblemen: religie en informatieverwerking. Deze beide problemen ga ik nu aan een nader onzerzoek onderwerpen.

2. Religie

Dit is op zichzelf al een hoofdpijnndossier. In de media vinden we de meest uitlopende meningen over het fenomeen religie, van mensen die er troost en levensdoelen in vinden, tot mensen die het een achterlijk, kwaadaardig verschijnsel vinden. Van beide opvattingen zijn er voorbeelden te over.

Met name tegenstanders vinden hun genot in het ontbreken van een godsbewijs. Je hoort dan de volgende redering: als God zou bestaan, hoe is het dan mogelijk dat Hij al die ellende niet voorkomt, immers, Hij vertegenwoordigt het Onvoorwaardelijke Goede. Dat is een drogreden, ik meen van de valse premisse (maar ik ben geen expert op dit gebied). Eerst maak je van God een Sinterklaas (het Onvoorwaardelijke Goede), vervolgens stel je vast dat wat er in de wereld gebeurt alles behalve dat is, en dan volgt de conclusie dat God dus niet bestaat. Alsof de mens geen zelfbeschikking heeft, geen vrijheid van handelen, zowel ten goede als ten kwade.

In een late tekst, “De religie binnen de grenzen van de rede”, geschreven in het midden van de Franse Revolutie [1793], probeert Kant het fenomeen te relateren aan de rede. Religie komt voort uit een morele behoefte, en die behoefte moeten we serieus nemen, door te onderzoeken hoe die op één lijn gebracht kan worden met de practische rede, en dus, uiteindelijk, met het door hem geformuleerde categorische imperatief.

Deze tekst werd overigens niet bepaald goed ontvangen. Zijn boodschap – ‘De mens is radicaal slecht’ – ging dwars tegen de optimistische verwachtingen van de revolutie in, de mens was bezig zijn lot in eigen hand te nemen, en Rousseau’s adagium, dat de mens als een open en goed schepsel ter wereld kwam (alle kaarten op nurture) galmde nog hoopvol na.

Nadat Kant de mogelijke hypothese, dat de mens geboren wordt uit het goede, heeft onderzocht en verworpen, komt hij tot zijn onvermijdelijke conclusie dat de mens ‘geworteld is in het kwaad’. Het ‘radikale kwaad’ — ‘radikaal’ is hierbij letterlijk te nemen, de term is afgeleid van het Latijnse woord ‘radix’, dat ‘wortel’ betekent.

Uiteindelijk formuleert Kant drie vormen van kwaad. Het ‘eerste kwaad’ is zwakte (ik rook sigaren, hoewel ik weet dat het slecht voor mij is, maar ik kan het niet laten). Het ‘derde kwaad’ is het kwaad zondermeer (waar immoreeel overgaat in amoreel). Het ‘tweede kwaad’ ofwel impuritas, is de meest complexe, het is gevuld met onwetendheid en domheid. (Overigens, dom is niet de tegenhanger van intelligent, maar van wijs.) Het tragische aan deze vorm van het kwade is dat zij gedaan kan worden ‘met de beste bedoelingen’, een kleiner goed dat het grotere kwaad verhult. Gebrek aan kennis is de reden, vaak voortkomend uit luiheid, onverschilligheid of domheid. Hannah Arendt spreekt over de ‘banaliteit’ ervan. Daarom geeft de macht, wanneer geconfronteerd met een bittere waarheid, vaak de ‘beste bedoeling’ als antwoord. De weg naar de hel is geplaveid met de beste bedoelingen. Kant’s ‘tweede kwaad’ vertegenwoordigt de menselijke conditie bij uitstek.

Het kwade is volgens Kant de onontkoombare voorwaarde om in vrijheid te leven.

De mens moet van zichzelf maken of gemaakt hebben wat hij in moreel opzicht is of zal worden, goed of slecht. Beide zijn noodzakelijkerwijze een effect van zijn vrije willekeur: anders zou hij er niet verantwoordelijk voor kunnen worden gesteld, en zou hij moreel gezien goed noch slecht zijn.

Het is niet essentieel en evenmin voor iedereen noodzakelijk te weten wat God doet of gedaan heeft voor onze gelukzaligheid. Het is echter wel noodzakelijk te weten wat een mens zelf moet doen om deze bijstand waardig te worden.

2.1 Verbeeldingskracht

Religie is, met kunst en wetenschap, het domein bij uitstek van onze verbeeldingskracht. Van ons vermogen iets te ervaren, te creëren of te denken, dat (nog) niet op een feitelijke waarheid is gebaseerd. En dat kan uiteraard allerlei vormen aannemen, ten goede en ten kwade. Er zijn voorbeelden te over van kwaadaardige handelingen die in naam van een of andere godheid werden gepleegd. De atoombom is ongetwijfeld een technologisch hoogstandje, maar het gebruik ervan in 1945 was een van de zwartste handelingen uit de toch al rampzalige geschiedenis van de mens. Karlheinz Stockhausen was — toegegeven, als antwoord op een vraag waar hij door werd overvallen — aanvankelijk de mening toegedaan dat de IS-acties rond 11 september 2001 een meesterlijke, artistieke articulatie was van Lucifer (een held uit zijn opera “Licht”). De aanval was volgens hem een compositie die zijn weerga niet kende. Alle ingrediënten waren aanwezig: meesterlijk plan, gedegen analyse en repetities, en een perfecte timing: eerst de ene toren, dan even wachten, en dan de tweede — een dramaturgisch hoogstandje. (Dat bleek ook uit de wijze waarop de aanval in de weken erna in beeld werd gebracht, in slowmotion begeleid door het ‘Adagio’ van Barber, en inzoomend op een verlate laars tussen het puin.) Maar daarna kwam het besef alsnog dat er iets grondig mis was: het publiek van het ‘kunstwerk’ had geen idee wat er zich zou afspelen, en dat zij kenneliijk onderdeel waren van het werk, met ruim 3000 doden als gevolg. En een veelvoud daarvan in de oorlog die daarop volgde in Irak, als antwoord op 9/11, op valse, geconstrueerde gronden.

Toch zal geen weldenkend mens hieruit tot de conclusie komen dat religie, kunst en wetenschap verboden moeten worden.

Ik denk dat we het begrip ‘twijfel’ beter moeten leren doorgronden. Het is een kernbegrip in de verbeeldingskracht. We vermoeden iets, proberen iets uit, analyseren de gevolgen en komen tot een oordeel. Het is precies dit aspect waar de scherpslijpers in alle religies hun pijlen op richten. Twijfel is verboden, het woord van hun godheid is absoluut. Kunst en wetenschap zijn daarom per definitie verdacht. Ironie overigens ook.

Ook in populistische kringen is dit het geval, kunst wordt zoveel mogelijk aan banden gelegd, en wetenschap verwordt tot een mening. Er is geen absolute waarheid meer, alles is relatief. Klimaatproblemen? Vaccinatie? Welnee, dat is een opvatting. De artistieke waarde van Bach, Beethoven, Rembrandt of Shapespeare? Product van de witte kolonialistische man, dat kwaliteitsoordeel is ‘normatief’. Het relativisme tiert welig in zowel linkse als rechtse kringen. Hier zien we ons echt gesteld voor een fundamenteel probleem. Is een universeel kwalitieitsoordeel nog wel mogelijk, of is alles uiteindelijk de resultante van een politiek machtsproces?

2.2 Twijfel

Twijfel is geen tegenhanger van overtuiging, vastberadenheid, consistentie of planmatig handelen. Het is in de eerste plaats zelfkritisch vermogen, iets wat heden ten dage grotendeels ontbreekt op de sociale media, wat vaak leidt tot oeverloos heen & weer gebral.

We gaan iets maken, wat betekent dat we moeten plannen, instrumenten en gereedschappen moeten vinden of ontwerpen, en andere objecten die daarvoor nodig zijn; we gaan aan de slag en vellen op enig moment een oordeel op basis van een kritische analyse van wat er op dat moment is bereikt. Misschien is het goed, misschien is het een beetje goed, of misschien is het helemaal niet goed. In dat laatste geval kun je weer overnieuw beginnen. Kunstenaars en wetenschappers kennen dit moeizame proces zeer goed. Je zelfkritisch vermogen wordt danig op de proef gesteld; er is een deadline, je bent moe, niet alles hoeft voortreffelijk te zijn, nietwaar? Of, en dit is een verradelijke wolf in schaapskleren, die voortreffelijkheid bestaat helemaal niet, alles is normatief, het maakt uiteindelijk allemaal niet uit, we houden onszelf alleen maar voor de gek. Je kunt alles leren eten en mooi vinden, als je maar wilt. Of toch niet?

3. Informatieverwerking

In het eerste hoofdstuk van “Wat te doen?” zien we de woorden “vrijheid van kritiek” — volgens Lenin een leuze. Tegenwoordig spreken we graag over ‘vrijheid van meningsuiting’, wat al een afzwakking ervan is. Alles en iedereen mag van alles en nog wat beweren, en aangezien ‘waarheid’ veelal een normatief, en ‘kritiek’ een onbegrepen begrip is, hebben we geen poot meer om op te staan. Lenin staat als een volleerde apparatsjik, ayatollah, rabbi of priester stijl achter zijn dogmatiek. Geen twijfel mogelijk. Wat dienen we in deze echt te doen?

Het grootste probleem van de afgelopen decennia is de enorme hoeveelheid van informatie die in een exponentieel toenemende snelheid op ons afkomt. De technologische ontwikkeling gaat met een onvergelijkbaar grotere snelheid dan ons kritische vermogen kan bijbenen. Datavoorziening ontwikkelen zonder de daarbij behorende filtertechnieken, dat is rampzalig.

We zien deze catastrofe op de media voor ons voorbij vliegen, het ene na het andere ‘feit’ waarvan we niet weten hoe ‘feitelijk’ dit eigenlijk is. Om een recent, pijnlijk, voorbeeld te geven: de aanval van Hamas op 7 oktober 2023. Hierbij kwamen ongeveer 1200 Israëlische burgers om, en werden er rond de 250 gegijzeld. En dan komen er allerlei oncontroleerbare verhalen. Egypte claimde dat het Israël drie dagen voor de aanval had gewaarschuwd, Netanyahu ontkent dit. Verder gingen er al snel gruwelijke verhalen rond van vrouwen die werden verkracht en verminkt, baby’s die werden onthoofd en verbrand in een oven, een zwangere vrouw wier buik werd open gesneden — de ergst denkbare hel. En die verhalen waren ook afkomstig uit gerenommeerde media zoals de BBC en de New York Times. Inmiddels is gebleken dat er voor die verhalen geen spoor van bewijs is gevonden. In een interview met de mediazender Double Down News [DDN] legt de voormalig minister van Defensie Yoav Gallant van de regering Netanyahu (in 2023/24) uit hoe die verhalen de wereld in kwamen. Het is een verbijsterende inkijk in de wereld van Netanyahu. En ja, ook hierbij weten we niet echt wat er werkelijk waar is van de uitspraken van Gallant, maar het minste wat je ervan zeggen kunt is dat het van onverdachte zijde komt, namelijk uit het oorspronkelijke kamp van Netanyahu.

[zie: interview Yaov Gallant]

  • Een interessant voorbeeld van dit probleem rond waarheid en feit is het zogenaamde ABC-vermoeden, een berucht probleem uit de getaltheorie, dat door de Japanse wiskundige Shinichi Mochizuki, naar eigen zeggen, in 2013 is opgelost. Daartoe had hij pagina’s vol nieuwe theorieën ontwikkeld, die helaas door geen enkele van zijn wiskundige collega’s kon worden beoordeeld. Het gaat mij hier uiteraard niet om dit probleem op zichzelf, het kan zelfs zijn dat inmiddels, twaalf jaar later, het bewijs is goed- of afgekeurd. Waar het mij hier om gaat is de kwestie van een waarheid die slechts door één persoon begrepen en beoordeeld kan worden. Is er dan sprake van waarheid? Is, met andere woorden, één persoon die een waarheid poneert, zonder dat er één enkele andere persoon is die dit kan verifiêren, een ‘waarheid’? Hoeveel personen zijn er nodig om een waarheid als zodanig vast te stellen? Als er slechts één persoon is die stelt dat 1 + 1 = 2, en alle anderen vinden dat het 3 is, bijvoorbeeld omdat dit hen meer bevalt, is het dan 2 of 3?

Inmiddels blijken de AI-technieken zover ontwikkeld dat er daarmee video’s in de media worden geplaatst waarvan het buitengewoon lastig is de authenticiteit te beoordelen. Iedere regering of belangengroep kan ons van alles wijsmaken. En dan is het enige dat ons kennelijk rest om heel hard tegen elkaar ons eigen gelijk toe te schreeuwen. Facebook en andere digitale media vinden dit intussen prima, de kassa in de winkel draait op volle toeren.

3.1 Informatievormen

Welke vormen van informatie staan er tot onze beschikking, en maakt die vorm uiteindelijk iets uit?

— Om te beginnen beschikken we over een enorme hoeveelheid geschreven teksten, van Chinese, Griekse en Arabische wijsgeren en geleerden uit de oudheid, tot aan Kant, en verder de 20ste eeuw in. Daar komt nog geen bit of byte aan te pas, maar het levert al zoveel problemen op dat het allemaal leidt op één grote Babylonische spraakverwarring. Alleen al in mijn Facebook-vriendenkring is er een heftige strijd over bijvoorbeeld de betekenis van Michel Foucault, voor de ene een held, voor de andere de veroorzaker van het populisme van Trump c.s. En dan gaat het maar over een of twee boeken. (Ik zal mij hier verder niet in die discussie mengen, maar ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat het werk van Foucault niet altijd even goed is gelezen; aan beide kanten van de discussie overigens.)

— Daarnaast beschikken we uiteraard over beeldmateriaal, van oudsher bestaande uit prenten, schilderingen, beeldhouwwerken, voorwerpen en architectuur. Vanaf pakweg het einde van de 19de eeuw komt daar de fotografie, film en grammofoonplaat bij. Beeld en geluid.

— Er is aanvankelijk geen sprake van digitale technieken, en toch is de verwarring over interpreatie en duiding al enorm.

— En hierna volgde de digitale vorm, op alle gebieden, tekst, beeld en geluid, die de snelheid van alle informatie onvoorstelbaar heeft doen toenemen.

— En sinds relatief kort is er het gebruik van AI, die zowel al die bestaande teksten, beelden en geluiden in no-time kan reproduceren, maar, en dat is ernstiger, ze ook kan manipuleren.

Het lijkt mij dat deze laatste vaststelling het antwoord geeft op de eerdere vraag hierboven: de kunstmatig-intelligente informatievorm is van een nieuwe, andere orde. Bij de interpretatie van laten we zeggen een dialoog van Plato, kunnen we verschil van mening hebben over de duiding van de tekst, maar niet over de fysieke tekst zelf; die is feitelijk. Bij een door AI geproduceerde tekst (of beeld) weten we dat niet.

3.2 Filteren

Welke methoden kunnen wij ontwikkelen om alle informatie die op ons afkomt op een adquate manier te duiden? Eerst en vooral zullen we filter-technieken moet ontwikkelen.

Hiertoe zijn twee aspecten van belang:
a) Welke bestaande filtertechnieken kunnen we gebruiken, en welke moeten we uitvinden?
b) Op welke (inhoudelijke) gronden filteren wij?


Meer vragen
c) Kunnen we wellicht AI inschakelen om die filtertechnieken te ontwikkelen?
d) Wie doet dit dan? Het zal om hoogwaardige programmeertechnieken gaan.

4. Tijd, tijden en een halve tijd

Zoals beloofd, geen pasklare antwoorden, alleen het signaleren van problemen. Ik hoop dat er lui zijn die mee willen denken. Dat betekent dan dat we eerst een structuur moeten bedenken waarin dit een zinvol proces kan worden. Dat zal wel enige tijd gaan vergen, want we hebben het allemaal druk, drukker en een halve drukst.

Voor mij belangrijke vervolgvragen:
— Hoe is een zinvol en waarachtig universeel kwaliteitsoordeel denkbaar? We zouden kunnen beginnen met een artistiek oordeel.
— Is het zinvol om onze huidige tijd als het ultieme einde van het Romantisch-Idealistisch project te zien?
— Welk medium gaan we gebruiken? Facebook lijkt mij niet erg geschikt, dat gaat veel te veel ruis geven.

Beide eerste vragen hangen samen. Een interessant boek over het Romantisch Idealisme is van Rüdiger Safranski: Romantiek: een Duitse affaire.

“I’ll be back!”

— Cornelis de Bondt, 21 juni, 2025